Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ehaamshelft en onder deze de huidaderen van den schenkel, den endeldarm, de zaadstreng, het bekken en de pisblaas.

et) Varikeuse uitzettingen van de aderen der onderste ledematen, die zich gewoonlijk aan eenige takken der ven. saphena magna, vooral aan den (regter) schenkel, en bij voorkeur bij vrouwen, ten gevolge van herhaalde zwangerschap, of bij mannen, die eenen uitputtenden arbeid aanhoudend staande verrigten, ontwikkelen, liggen los in het subcutane celweeisel of zijn in een eeltachtig verdikt celweefsel gevat en met hetzelve vergroeid, de aderlijke rokken zijn verdikt en blijven stijf, na het doorsnijden, staan (waarom er ligtelijk de lucht kan indringen). Gewoonlijk ontstaan er bloedstremsels in deze aderen, hoogst zeldzaam adersteenen; niet zelden komt liet tot eene adhaesive of suppuralive ontsteking (met sluiling, verettering en pyaemie), soms ook tot bersting der varices. In het laatste geval, heeft de aderspat het oppervlakkige celweefsel verdrongen, is met de uitwendige huid vereroeid en heeft deze door voortdurende uitrekking en ontsteking zoo verdund y dat zij eindelijk te gelijk met den varix berst. - De gevolgen dezer varicositeit zijn: oedeem, liypertrophie en herhaalde ontsteking van het celweeisel, die in verharding overgaat, ontsteking, verdikking en uleerative verwoesting .Ier huid en overmatige epidermisvorming. De varikeuse zweer, die ol uit de ontsteking der zieke ader eelve of uit die van het naburige huid- en celweeisel ontstaat, kenmerkt zich door hare bogtig-gezaagde gedaante, de eeltaclitigheid en blaauwe kleur der randen, de afscheiding eener etterig soreuse, bijtende vloeistof, de vorming van slappe, ligt bloedende granulaticn, en door eene buitengewone hardheid. Zij is van verwijde aderen omnngu en veroorzaakt doorknaging djerzelve aan de randen of in den bodem, waardoor er zelfs doodelijke bloedingen kunnen intreden. — Volgens hasse begint de verwijding, bij mannen, gewoonlijk in den stam of de hoofdtakken der ven. saphena magna, bij de vrouwen daarentegen, in de allerfijnste liuidtakjes aan de binnenzijde van het lid.

13) Varikeuse uitzetting der aderen van de zaadstreng en den bal (varico of cirsocele), die gewoonlijk in de jaren der huwbaarheid (meestal door prikkeling der geslachtsdeelen) en het meest aan de linkerzijde tot stand komt, begint met eene gelijkmatige (somtijds pennesehachtdikke) verwijding en bloedovervulling der aderen van de zaadstreng j spoedig nemen zij ecnen zeer gekronkelden loop aan en vormen daarop zakvormige uitbuigingen. Deze varicositeit breidt, zich van de zaadstreng op den bal, ja zelfs op de aderen van den balzak uit; dikwijls is zij met hydrocele verbonden; zeldzamer ondergaan de verwijde aderen eene adhaesive ontsteking of eene ruptuur (naematocele), ook treft men hier niet zelden adeisteentjes (phlebolithen) aan. Hoogere graden dei' varicocele slepen atropbie van den bal (dikwijls met melancholie) na zich.

7) Varikeuse uitzetting van de aderen der pisblaas (pisblaashaemorrhoïden) komen bij denman, gewoonlijk eerst na het 45ste levensjaar, en wel altijd na voorafgegane endeldarm-haemorrhoïden voor. Zij zijn in den plexus prostalicus en vesicalis gezeteld, cn wat dezen laatsten betreft, in die takken, die aan den hals der blaas en aan beide zijden der zaadblaasjes, buiten de spierlaag der blaas, gelegen zijn. Hoogst zelden worden die adeien verwijd, welke zich onmiddellijk onder het slijmvlies bevinden, en zoo < ït gebeurt, zijn het meestal de takken in den hals der blaas en het begin der urethra. Zeer dikwijls vindt men in deze varicositeiten adersteentjes, die zich op deze plaats somtijds door hun getal cn grootte onderscheiden, /e i zamer komt liet. tot ontsteking, met oblitcratie of verettering [peneystitis) deiuitgezette aderen of van het omringende celweefsel. —Bij de vrouw, komt deze varicositeit zeldzamer voor, en is, behalve in den plexus vesicalis, ook 111 de aderen van het bovenste gedeelte der schcede en van de breede baarmoederbanden gezeteld.

Sluiten