Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£) Varikeuse uitzetting der aderen van den endeldarm (aambeijen, haemorrhoïden, endeldarm-haemorrhoïden) zitten in de kleine, menigvuldig met elkander anastomoserende aderen, die, aan den rand van den anus, digt onder het slijmvlies in liet onderliggende celweefsel geplaatst zijn en den anus, als een krans omgeven. Deze aderen verwijden zich in de gedaante van afzonderlijke knobbels (haemorrhoïdaalknobbels), of vormen eene rij van ongelijke knobbelachtige opzwellingen, die binnen of buiten den anusrand zitten, en slechts zeer zelden nog boven den musc. sphincler ani extcrnus gevonden worden. De haemorrhoïdaalknobbels, die op de vooruitspringende plooijen, tusschen de sinus (lacunae) van den endeldarm of onder de sinus zitten, vormen rondachtige (eenvoudige of verschillend uitgebogene), aanvankelijk op eene breede grondvlakte, later (ten gevolge van het vooruitdringen en inklemmen door den anus) op eenen hals zittende gezwellen (die de grootte van boonen tot walnoten kunnen bereiken), die, op de wijs der zaadblaasjes, uit een zeer verschillend aantal vakken bestaan i die door de Verwijding van meerdere aderlijke takken gevormd, en door meer of minder dikke lagen van een roodachtig, menigmaal verhard celweefsel, met elkander verbonden zijn. In de holte dezer vakken, die inwendig met den binnensten vaatrok der ader bekleed zijn, monden zich meerdere kleine aderlijke takjes in, door welke zij met de grootere takken, zoowel als met de naburige vakken gemeenschap hebben. De wanden der haemorrhoïdaalknobbels zijn aanvankelijk dun, maar worden ten gevolge van herhaalde ontstekingen dik en rigide zij zijn in den regel zeer vast met het slijmvlies verbonden. Door de periodieke opzwelling en het herhaaldelijk uitpersen der knobbels wordt het slijmvlies van den endeldarm zoodanig uitgerekt, dat het blijvende verlengselen verkrijgt, die uit den anus hangen, en er zelfs uitzakking van den endeldarm volgen kan. Bij een langdurig bestaan van het kwaad, verwijden zich ook de grootere, hooger in den endeldarm gelegene aderen. — De bloeding (uitstorting van helderrood bloed), die tijdens de opzwelling uit de varikeuse speenaderen plaats heeft, ontstaat zonder twijfel somtijds door het bersten van eenen varix, maar schijnt toch menigvuldiger uit de haarvaten van het slijmvlies afkomstig te zijn. De dikwijls voorkomende liaemorrhoïdaalphlebitis veroorzaakt verstopping der verwijde aderen, met bloed- en vezelstofstremsels, adersteenen, obliteratie en verschrompeling van den varix , verdikking en verdigting der aderlijke rokken en van het omringende celweefsel, eeltachtige insnoering van den endeldarm, verettering, abscesvorming, hae^ morrhoïdaalverzwering (I. bl. 343), en zelfs pyaemie (die echter meer na kunstbewerkingen ontstaat). Buitendien brengen de aambeijen nog habituele liyperaemie van het slijmvlies des endeldams, met opzwelling en blennort hoe, uitzakking van den endeldarm, hypertrophie der sluitspieren en strictuur, sclerosis van het celweefsel, rondom den anus, met verlamming der sluitspieren te weeg.

NB. Vele schrijvers (recamier, chaussier, gendrin) houden de haemorrhoïden voor extravasaten en bloedige infiltratiën in het celweefsel ,• andere (delpech, cruveilhier) beschouwen ze als gezwellen van een erectiel of caverneus weefsel (ï. bl. 121).

e) Varikeuse uitzetting der onderhuidsaderen van den buik vindt men, somtijds in zeer lioogen graad en over de lendenen, de billen en onderste ledematen verspreid, bij bestaande inmonding der open gebleven naveladeren met de aderen der buikbekleedselen. Deze gemeenschap heeft aan den navel plaats, en brengt dikwijls varikeuse uitzettingen te weeg, in den vorm van eene vleeht, die den navel omgeeft (caput medusae) of van pyramidale gezwellen, zijdelings naast den navel. De verwijde vaten bevinden zich hoofdzakelijk aan het onderste gedeelte van den buik, en bevatten niet zelden talrijke adersteenen. Rokitansky vond bij deze verwijdingen altijd de lever ontaard (als korrelige of gekwabde lever, ten gevolge van pylephlebitis). — Bij belangrijke stoornissen in den bloedsomloop door de longen, of bij elke

8 *

Sluiten