Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eener circulaire zwelling), tusschen het in- en uittredende kanaal (en met hel buikvlies), heeft plaats gehad; hierdoor wordt de darm allengs weder tot het doorlaten van stoffen geschikt, of er heeft slechts eene gedeeltelijke afstooting van den volvulus plaats, en het overgeblevene gedeelte puilt als eene kegelvormige plooi, in de vemaauwde darmbuis uit; of de ontsteking daalt aanmerkelijk, na volbragte uitzweeting, en de volvulus blijft met het vernaauwde lumen, door het uitzweetsel vastgehecht, na. In de beide laatste gevallen keert de hijperaemie en ontsteking dikwijls terug, de laatste wordt chronisch, er ontwikkelt zich niet zelden eene algemeene darmontsteking en, wegens de vernaauwing, ook verwijding en paralysis van het bovengelegen gedeelte van den darm.

O) Gedaante- en plaatsveranderingen «Ier milt.

De koffijboonvormige gedaante der milt is somtijds, zonder dat het parenchyma ziekelijk ontaard is, in eene tong-, rondachtigschijfvormige, cylindrische, half kogelronde, stomp drie- of vierhoekige veranderd; ook zijn de randen meer of minder scherp of afgerond, en enkel- of meervoudig en tot verschillende diepten ingekorven. Likteekenachtige insnoeringen zijn altijd het gevolg van zamengeschrompeld exsudaat. — De milt kan van ligging veranderen, doordat zij door het middelrif, bij verwijding der linker borstholte (pyo-, pneumo- en hydrothorax, emphyseem) naar héneden wordt gedrongen, of door eigene vermeerdering in omvang en zwaarte afzakt; naar boven wordt zij door exsudaat en hydrops in het buikvlies, bij metcorismus en door verschillende gezwellen geschoven. Bij hare vergrooting neemt de milt zeer dikwijls eene scheeve plaatsing onder de 8ste tot de iOde rib aan, zoodat men haar onderste uiteinde somtijds uit het linker hypochondrium kan voelen uitpuilen. De oorzaak dezer scheeve plaatsing is het lig. costo (phrenico■ s. pleuro-) colicurn van het huikvlies, langs hetwelk de voortgroeijende milt naar voren afdaalt.

') Gedaante- en plaatsverandering-en der pis werktuigen*

a) De nier heeft, ten gevolge eener aangeboren zamensmelting van de beide nieren (d. i. de eenvoudige, niet de ongepaarde nier, bij het ontbreken van een dezer organen) den vorm van een hoefijzer [ren unguiformis, waarbij eene platte, handvormige strook der nierzellstandigheid, die dwars voorbij de rugwervelen loopt, de onderste uiteinden der beide nieren aan elkander hecht), of zij is hoek- of schijfvormig; ligt in het midden voor de ruggegraat en heeft een enkelvoudig of dubbel bekken. — Verder ontdekt men eene bijzondere gedaanteverandering bij de kwabvorming, die aangeboren of verkregen zijn kan, alsmede bij de vergrooting en verkleining der nier (II. bl. 97). — De ligging der nier is somtijds in het midden (bij zamensmelting), of lager, naar het bekken toe; ook kan de regter nier door de vergroote lever, de linker door de gezwollen milt verdrongen' worden.

b) De ureter verkrijgt, inzonderheid ten gevolge zijner verwijding en vernaauwing (II. hl. 131) eene abnormale gedaante en

Sluiten