Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatsing; ook heeft de ligging der nier op den loop van den ureter invloed.

c) De pisblaas ondergaat niet zelden door hypertrophic der wanden (II. bl. 72) eene gedaanteverandering en wordt daarbij cflindrisch, wig- of hartvormig; maar aanmerkelijker wordt haar vorm gewijzigd bij de verwijding (II. bl. 131), vooral met divertikelvorming. — Eene plaatsverandering der blaas komt tot stand: wanneer zij door naburige, vergroote organen of vreemde vormsels verdrongen wordt, verder bij vernaauwing en misvorming van het bekken, of wanneer zij door verplaatste ingewanden (b. v. de uitgezakte baarmoeder) medegesleept wordt, of wanneer zij in groote dij- en liesbreuken, in breuken van het perinaeum, de scheede, het forcimen ovale en ischiadicuni afdaalt; bij intussusceptie der blaas in de pisbuis en uitzakking door dit kanaal, bij het doordringen der blaas in de gescheurde vagina, of alleen bij het nederdalen der blaas of de scheede (cystocele vaginalis).

§) GSedaante- en plaatsveranderingen der ges laclitsdeelen.

a) De eijerstok verkrijgt eene onnatuurlijke gedaante, ten gevolge van zijne vergrooting en verkleining (II. bl. 100), inzonderheid echter door de vorming van cysten in zijn weefsel (II. bl. 63). Hierbij verandert ook niet zeiden zijne plaatsing; verder wordt hij door vergroote organen in de nabijheid en door vreemde, nieuw gevormde massa's van zijne plaats verdrongen.

b) De fallopiaanscbe trompet vertoont somtijds, meestal ten gevolge van vergroeijingen, na peritonitis, meer of minder scherpere ombuigingen; ook verkrijgt zij door chronischen catarrhus, tuberculosis, een gekronkeld aanzien, als het darmkanaal; bij spanning door een vergroot ovarium, wordt zij regt uitgerekt. Hare gedaante wordt vooral bij verwijding en vernaauwing (II. bl. 133) gewijzigd.

c) De baarmoeder vertoont zeer verschillende aangeboren misvormingen (in tweeën verdeelde, een- en tweehoornige, tweehokkige baarmoeder); eene veroorzaakte gedaanteverandering komt bij de hyper- en atrophie (II. bl. 72 en 74), alsmede bij verwijding en vernaauwing der holte, en door gezwellen (fibroïden, polijpen) tot stand. Verder kan men hiertoe nog de scheefheid en ombuiging der baarmoeder brengen.

Ia tweeën gedeelde baarmoeder (uterus bipartitus), bestaat uit twee, naast elkander geplaatste, holle, langwerpig ronde rudimenten eener baarmoeder , die van buiten elk vau eene tuba en een ovarium voorzien zijn, naar binnen zich in eene platronde, horizontaal liggende strook van baarmoederzelfstandigheid voortzetten en door deze met elkander ineen smelten. In de plaats van het ligchaam der baarmoeder vindt men eene ophooping van celweefsel, dat met eenige vezelen , van de genoemde strook afkomstig , doormengd is en naar beneden met de blind eindigende scheede zamenhangt. — Eene nog grootere belemmering der ontwikkeling is die, waarbij, in de plaats der beide uterusrudimenten, slechts twee kleine, platrondachtige, uit baarmoederweefsel bestaande, vaste ligchaampjes, zonder tuba of eijerstok voorhanden zijn. — Volledig ontbreken der baarmoeder is uiterst zelden ; in den regel is er toch eene aanduiding, hoe gering ook, aanwezig.

Sluiten