Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar buiten wordt gekeerd, het bovenste gedeelte naar beneden, zoodat het geheele ligchaam zich bet binnenste buiten keert en dooiden baannoedermond uitzakt. — Bij de uitzakking (prolapsus) zakt de uterus, met naar beneden gerigten mond, door de scheede af, en brengt daardoor eene langzame omkeering dezer laatste te weeg, zoodat in den hoogsten graad van het gebrek, de geheele baarmoeder, met de omgekeerde scheede overtogen, tusschen de dijen afhangt. — De baarmoederbreuk (hernia uteri, hystero- s. metroccle): de zeldzaamste verplaatsing van den uterus is eene hernia ventralis, inguinalis , cruralis en ischiadica. — De opstijging (rescssio) geschiedt gewoonlijk door gezwellen, die in de buikholte opstijgend, den uterus met zich voeren, en daardoor de scheede in de lengte uitrekken, zoodat de baarmoedermond zeer in de hoogte, als eene kleine opening aan het uiteinde der trechtervormig tocloopende scheede te voelen is. — De verdraaijing komt somtijds aan de zwangere baarmoeder voor en is gewootdijk met eene scheeve ligging verbonden; daarbij kan de baarmoeder zoodanig om hare lengteas gedraaid zijn, dat eene harer zijdelingsche vlakten naar voren gekeerd is.

d) De scheede ondergaat, behalve hare verlenging (ten gevolge van uitrekking door de opstijgende baarmoeder, het ovarium ot vreemde voortbrengselen), eene vernaauwing van haar bovenste gedeelte, waardoor zij eene trechtervormige gedaante verkrijgt; ook. veroorzaken verwijdingen en vernaauwingen der scheede (II. bl. 132) verschillende misvormingen van dit kanaal. Onder de plaatsveranderingen tellen wij inzonderheid de intussusceptie; den prolapsus en de uitbuiging van den voor- of achterwand tot eenen scheedebreukzak (cystocele vaginalis en hernia vaginalis posterior).

O) Gedaante- en plaats-veranderingen van liet ei.

Door plaatsveranderingen (abnormale plaatsing) van het ei komt de buitenbaarmoederlijke zwangerschap tot stand, die kan plaats hebben: inde fallopi aansche trompet (graviditas tubaria; de menigvuldigste, meestal in de 3de of 4lle maand der zwangerschap, door verscheuring der tuba en bloedstorting doodelijk eindigende); in de zelfstandigheid der baarmoeder (gr. interstitialis s. tuboutcrina , die ongetwijfeld in dat gedeelte der tuba gezeteld is, dat den wand der baarmoeder doorboort; zij eindigt met verscheuring of ichoreuse ontbinding en ontlasting van het ei); — in de buikholte (gr. abdominalis, binnen de holte van den buikvlieszak; zij brengt den dood te weeg door peritonitis of veroorzaakt verettering en ontlasting naar buiten); — in den eijerstok (gr. ovarii, de zeldzaamste, in doodelijke verscheuring of ontsteking en verettering van den eijerstok en het ei uitgaande); — in de scheede (eene nog zeer twijfelachtige zwangerschap). Bij al deze soorten van buitenbaarmoederlijke zwangerschap, vormt zich in den uterus eene membrana decidaa en neemt ook de baarmoeder zelve tot ongeveer de tweede maand in omvang en massa toe.

Lithopaedion. Bij de buiks- en somtijds ook bij de trompet-zwan-

Sluiten