Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elke ziekte (d. i. elke afwijking van het normale levensproces) berust op eene verandering der organische stof; zuiver dynamische ziekten zijn er niet, evenmin als er eene kracht zonder stoffelijke werkplaats (substraat) bestaan kan. Deze veranderingen nu, van welke ons vele no" te eenenmale onbekend zijn (zoo als bij eenige zenuwziekten) betreffen zoo wel de vloeibare, als de vaste deelen des ligchaams. Bestaan zij in eene lioedanigheidsverandering der gezamenlijke bloedmassa, der lympha of der voedingsvloeistof (cytoblasteem), dan is men gewoon de ziekte, die zij te weeg brengen, eene algemeene te noemen, terwijl men de ziekten van alle overige organen en stelsels als plaatselijke beschouwt. Beide, algemeene en plaatselijke ziekten kunnen van elkander afhangen, eene algemeene ziekte kan eene plaatselijke na zich slepen en omgekeerd, zoodat men van beiden een' primairen en secundairen vorm kan aannemen; de eerste kan weder of onmiddellijk en oorspronkelijk in liet aangedane deel, of eerst na een ander voorafgegaan lijden, in dat zelfde of in een ander orgaan voorkomen. (In het eerste geval noemt men de ziekte protopathisch-, in het tweede deuteropathisch-primair). Hierop zou men de volgende, voor de praxis niet onbelangrijke verdeeling der ziekten kunnen bouwen.

I* Plaatselijke ziekten, d. z. afwijkingen in den aggregaatstoestand en de verrigtingen der vaste bcstanddeelen van het ligchaam. Zij kunnen zijn:

1) Primair plaatselijke ziekten, die niet van veranderingen der bloedmassa afhangen: deze verdeelt men in:

a) primair-protopathische, onmiddellijk en het eerst op de

plaats zelve der ziekte ontstaan; en /') primair deuteropathische, die op eene andere, zuiver plaatselijke ziekte, in hetzelfde deel volgen of door eene zuiver plaatselijke ziekte van een ander orgaan (sympathisch) te wees ccbragt zijn.

Sluiten