Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid en prikkeling kunnen afhangen van hyperaemie, anaemie (vooral plotseling intredende), en in geringe (vooral weiachtige) uitzweetingen, zoowel in de zenuwmassa, als in hare omhulsels; ook werkt eene ligte en snel ontstaande drukking prikkelend; verminderde prikkelbaarheid volgt op verwoesting van het maaksel en sterke drukking der zenuwzellstandigheid (door bloeding, verweeking, uitzweeting enz.). Langzaam ontstaande gezwellen en exsudaten hebben weinig of geenen invloed op de prikkelbaarheid. — De volgende organische veranderingen worden in het algemeen in het zenuwstelsel aangetroffen.

1) llyperaemie (congestie) der zenuwmassa en van hare omhulsels. Zij vertoont zich (somtijds periodisch, in menigvuldige herhalingen, habitueel) het duidelijkst in de centraalorganen, zeldzamer in de zenuwen, en brengt menigmaal apoplexie, ontsteking en oedeem, of wanneer zij dikwijls terugkeert en langen tijd voortduurt, hyper- en atrophie te weeg. Hare verschijnselen zijn gewoonlijk die van verhoogde prikkelbaarheid en prikkeling, en openbaren zich, nu door krampachtige bewegingen, dan door peripherische of centrale pijnen. Hoogere graden veroorzaken ook drukking en verlamming der zenuwmassa (vasculair-apoplexie). — Ten opzigte van haren oorsprong is de llyperaemie zelfstandig of symptomatisch (bij zeer verschillende acute en chronische, plaatselijke en algemeene ziekten); actief, passief of mechanisch (I. bi. 62).

De hyperaemie van het neurilema strekt zich, volgens engel, gelijkmatig of ongelijkmatig over de geheele lengte der zenuw uit (bij tetanus, hondsdolheid), of vertoont zich slechts op eene of op eenige, kleine , omschrevene plekken (aan den plexus coeliacus bij typlius en bij de cholera; aan den nerv. ischiadicus, bij ischias).

2) Anaemie van het zenuwstelsel, die zoowel door zuiver plaatselijke, als door algemeene oorzaken tot stand kan komen (I. bl. 59), brengt, vooral wanneer zij de hersenen aandoet, verschijnselen mede, die volkomen aan die der hyperaemie gelijk zijn; waarom anaemische zieken ook niet zelden door Geneesheeren (die het nonnengeruisch in de strotaderen niet kennen) nog met bloedontlastingen mishandeld worden (zie hij hersenziekten).

3) Ontsteking. Zij is of in de omhulsels oi in de zelfstandigheid der zenuworganen gezeteld; of de eerste, dan wel de tweede dezer ontstekingen voorhanden is , kan gedurende het leven nimmer met zekerheid bepaald worden. De eerste verschilt in hare ontleedkundige verschijnselen en gevolgen, naar het maaksel van het aangedane deel (fibreus, sereus, celweefselachtig); de laatste (I. bl. 402) is in de witte of aschgraauwe neurine gezeteld en veroorzaakt, naarmate van de hoedanigheid en de gedaanteveranderingen van haar exsudaat, witte of roode verweeking, verettcring en verzwering, etterachtige verharding (sclerosis) en ver gr o ei j i ngen.

De verschijnselen dezer ontstekingen zijn meestal in het begin deiziekte (in het tijdperk der hyperaemie), die van verhoogde, later (ten gevolge der uitzweeting) die van verminderde prikkelbaarheid.

4) Bloedingen in het zenuwstelsel hebben of in de zenuwzelfstandigheid plaats, en wel het meest in dc hersenen, zeer

Sluiten