Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(door ziekelijke aandoeningen der wanden) ook die bestanddeelen opslorpen, die vroeger door de haarvaten opgenomen werden. Is daarentegen de opslorping der lymphatische vaten opgeheven, dan moeten de plastische stoffen, die niet in de haarvaten kunnen doordringen, in de weefsels achter blijven (en ziekelijke gewrochten te weeg brengen). Zoo kunnen de lymphatische vaten wel des noods de opslorping der haarvaten op zich nemen, maar niet omgekeerd. Misschien is aan het opslorpende vaatstelsel ook eene soort van afscheidingswerkzaamheid eigen, en wel in den normalen toestand in de klieren, waar misschien sommige bestanddeelen uit de lymphatische, in de bloedvaten overgaan, en in ziekelijken toestand, wanneer hun inhoud stilstaat en nu door de wanden, die ten gevolge der uitrekking dunner en permeabeler geworden zijn, heendringt^?).— De beweging van den inhoud der lymphatische vaten (lympha en chyl) geschiedt in eenen gelijkmatigen stroom, zonder golvende beweging, gedeeltelijk door middel van de zamentrekking der vaatwanden, deels ook ten gevolge van de optrekking door het hart en de ademhaling. Stoornissen in de laatstgenoemden, zou door stilstand van de lymphastroom velerlei weefselontaardingen (infiltratië'n) kunnen veroorzaken. — In de opslorpende klieren (d. z. dooreenwevingen van zeer fijne, lymphatische en bloedvaatnetten) wordt de lympha, waarschijnlijk door eenen wederzijdschen overgang van bestanddeelen tusschen haar en het bloed, aan deze vloeistof meer en meer gelijk gemaakt (rooder en strembaarder). De fijne opslorpende vaattakjes in de lymphatische klieren worden ligtelijk (door dikkere lympha en chyl) verstopt en schadelijke stoffen, door de lymphatische vaten opgenomen, brengen dikwijls alleen of althans in de eerste plaats in de klieren, merkbare stoornissen te weeg. Daarom moet men ook altijd, bij aandoeningen der opslorpende klieren, het deel, van waar hare lymphatische vaten afkomen, naauwkeurig onderzoeken.

Ziekten der lymphatische vaten. De ontsteking dezer vaten (lymphangioitis) is alleen met meerdere naauwkeurigheid bekend en, vooral bij de kraamvrouwenkoorts, van groot belang (I. hl. 298). —Vernaauwing en verwijding der opslorpende vaten, zie II. bl. 118; eene gedeeltelijke verwijding moet somtijds sereuse cysten, en bersting derzelven het zoogen. lympha-gezwel veroorzaken. — Verstopping der lymphatische vaten komt door tuberkel- en kankermassa's tot stand, doordiende opslorpende vaten, bij de versmelting dezer stoffen, een gedeelte van dezelven in zich opnemen en medevoeren.

Ziekten der lymphatische klieren. Onder deze ziekten is ontsteking {lymphadenitis; I. bl. 299) de menigvuldigste; ondertusschen worden de opslorpende klieren ook zeer dikwijls de zitplaats van tuberculeuse (I. bl. 179), kankerachtige (I. bl. 199) en typheuse (I. bl. 165) afzettingen. — llare hypertrophie en atrophie (II. bl. 101) zijn gewoonlijk met eenen ziekelijken toestand der voeding van het geheele ligchaam verbonden. Ook zijn deze klieren dikwijls, bij acute ziekten des bloeds, aan eenen congestiven turgor (acute zwelling) onderhevig.

Sluiten