Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het beenuiteinde of van het wei vlies aangedaan, dewijl het, wegens gemis van vaten, aan geene primaire ziekte onderworpen is. Het verweekt (II. bl. 32) of atrophieert (II. hl. 80). Nadat het verloren is gegaan, neemt het ontbloote been somtijds eene ivoorachtige gladheid aan.— De bandachtige toestel kan in ontsteking geraken (I. bl. 385), veretteren, verzweren, verdikken of verschrompelen. — Niet zelden worden ook de slijmbeurzen, die het gewricht omringen, ziekelijk aangedaan en slepen ook het gewricht in hunne ziekte mede, dewijl vele van dezelven met de synoviaalvliezen der gewrichten gemeenschap hebben.

3) Hraakli eender en.

Het kraakbeenweefsel (I. bl. 395) is, wegens zijn maaksel en vooral wegens zijne armoede aan vaten, slechts zelden aan eene primaire ziekte onderhevig, maar wordt vrij dikwijls door de verpreiding van ziekten der naburige deelen aangedaan. — Ontsteking komt alleen in de vezeldradige kraakbeenderen (I. bl. 396) voor; daarentegen kan liet ware kraakbeen ligtelijk door ontstekingsproducten van naburige deelen verweekt worden (II. bl. 32). Atrophie is ook niet zeldzaam in dezelven (II. bl. 79). — Verbeening komt inzonderheid in de ware kraakbeenderen voor (in het schilden ringvormig kraakbeen, die der ribben). — Verlies van zelfstandigheid , dat in de kraakbeenderen door verwonding of verzwering ontstaat, herstelt zich nimmer door nieuwe vorming van waar kraakbeen, maaralleen door vezelig weefsel zonder kraakbeencellen. Mechanische scheidingen van den zamenhang komen in het kraakbeenstelsel zelden voor (II. bl. 161).

3) Vezeldradig weefsel.

Het fibreuse weefsel (I. bl. 380) wordt, ten gevolge zijner geringe levensenergie, slechts zelden de zitplaats eener primaire aandoening; het meest is nog het periosteum (I. bl. 382), veel zeldzamer zijn daarentegen het pcrichondrium (I. bl. 383), de banden (I. bl. 385), het harde hersenvlies (I. bl. 384), de albugineae (I. bl. bl. 386) en pezen (I. bl. 386) aan ziekworden onderhevig. — De ontsteking van het vezelige weefsel, die veel te dikwijls voor eene dyscratische gehouden wordt, gaat gewoonlijk in verzwering (II. bl. 22) of in verharding (met verbeening) uit (II. bl. 81). — Ziekelijke voortbrengselen (II. bl. 157) komen wel alleen in het periosteum en het harde hersenvlies voor.

4) Spierweefsel.

De spierzelfstandigheid (I. bl. 396) wordt, niettegenstaande haren grooten rijkdom aan zenuwen en bloedvaten en hare deelneming aan den algemeenen toestand des ligchaams, toch zelden de primaire zitplaats van ziekten. Zij kan aangedaan worden door ontsteking (myositis; I. bl. 396), die echter primair, alleen in sommige, onwillekeurige spieren, het meest nog in het hart voorkomt, en gewoonlijk in ettering overgaat, maar ook eene eeltachtige verdigting van het spierweefsel kan veroorzaken (bij de exerceer-

Sluiten