Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit onderwerp uitvoeriger in hamernjk's physiologisch-pathologische onderzoekingen].

De art. carolis is bij het onderzoek van den bals van diagnostische waarde, dewijl zij den toestand van den polsslag (vooral den opspringenden pols bij insulïicientie der aorta, II. bi. 194) duidelijk aanwijst; dewijl zij liet tusschenpoozende blaasbalggeruisch (in de plaats van den eersten carotistoon; II. bl. 195), vooral in acute ziekten des bloeds, en bij den jnd.ius dicrolus, misschien ook als dubbel blaasbalggeruisch, laat liooren; dewijl haai tweede toon, bij insuflicientie der aörta, ontbreekt, of bij eene ruwe oppervlakte van de klapvliezen der aörta, ruischend wordt. Nimmer hoort men in de carotis een aanhoudend geruiscli, gelijk zulks in de strotader, bij de hoogste graden van nonnengeruisch, het geval is. Wanneer men de inwendige strotader te zamendrukt. (in het midden van den voortand van den musc. slernocleidomasloideus) eu de ademhaling laat inhouden , kali men zich gemakkelijk overtuigen of een geruisch , dat men bij de auscultatie van den hals waarneemt, in dezeB ader , in de carotis of in het stroltelioofd en de luchtpijp gezeteld is.

De uitwendige strotader mag men, bij het bezigtigen van den hals, wegens den graad van hare uitzetting en opvulling met bloed, als ook wegens sommige bewegingen, die in haar kunnen voorkomen, niet overslaan. Men vindt haar door bloed opgezet bij alle stoornissen van den bloedsomloop in de borstholte, bij gestremde circulatie door het hart en de longen, ten gevolge van hevige en aanhoudende uitademingen. Hierbij staat het bloed voor Bhet klapvlies der strotader stil , en deze stilstand breidt zich somtijds met meerdere of mindere snelheid over al de aderen van het aangezigt uit, 'en brengt, wanneer het bloed veneus en donker van kleur is, cyanotische verschijnselen (I. bl. 40) te weeg. — V oorbijgaande opzwelling der strotader , met opvolgend zamenvallen derzelve, zou door het terugstroomen des bloeds uit de holle ader, ten gevolge der uitademing of van de systole van het hart, tot stand kunnen komen; in elk geval moet het strotaderklapvlies vooraf .insufficiënt geworden zijn. De systole van het hart kan alleen dan eene klopping in de uitwendige strotader veroorzaken, wanneer het driepuntige klapvlies insufficiënt is, of wanneer het, bij de verwijding van het ostiuin venosum der regter hartekamer, eenigzins in den boezem kan omgeslagen worden, of bij dilatatie en hypertrophie van den regter boezem. Overigens kan er insuflicientie van het driepuntig klapvlies bestaan, zonder klopping der strotader, wanneer het strotaderklapvlies nog behoorlijk aansluit.

Ziekten aan den hals. In het oogloopende abnormiteiten aan den hals zijn, behalve het caput obstipum, de koudvurige versterving van het celweefsel (I. bl. 40), de aangeboren halsfistel (I. bl. 40) en de -verplaatsing van het tongbeen, inzonderheid: meer of minder omschrevene opzwellingen van,verschillende grootte, die in de speeksel- en opslorpende klieren, of in de schild- of thymusklier gezeteld zijn, of die ook in een hygroma (I. bl. 280), in eene oedemateuse (bij koudvurige keelontsteking) of emphysemateuse opzetting (bij den opgeblazen hals, bij herniae van het slijmvlies der luchtpijp en bij verwondingen der luchtwegen), als ook in vaatgezwellen bestaan kunnen. Bij de opzwelling der lymphatische klieren (II. bl. 101) en derzelver verharding (II. bl. 144) moet men altijd de mond- en keelholte onderzoeken, dewijl ziekten der hier gelegene deelen zeer ligt eene opzwelling van de lymphaklieren aan den hals na zich slepen. De zwelling der schildklier [struma, kropgezwel) kan op zeer verschillende toestanden berusten (II. bl. 101).

Ziekten van het strottehoofd. Het slijmvlies van den larynx is dikwijls de zitplaats van acuten en chronischen catarrhus

Sluiten