Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkomen, wat van buiten af in de luchtwegen kan dringen of op de eene of andere plaats binnen dezelve kan gevormd worden. — Doorboring (II. bl. 164) komt door drukking of ulcerative verwoesting tot stand. — In hoogen leeftijd verbeent somtijds een gedeelte der luchtpijpskraakbeenderen.

De verschijnselen bij ziekten der luchtpijp bestaan hoofdzakelijk in de ademhaling, en worden meestal van strottehoofdsverschijnselen vergezeld , dewijl het slijmvlies van den larynx gewoonlijk te gelijker tijd is aangedaan.

Ziekten der schildklier. Deze klier is in het algemeen aan weinige ziekten' onderworpen; het meest komt nog eene vergrooting (II. bl. 101), en wel door verschillende oorzaken tot stand. Hare ontsteking (I. bl. 374) is een der zeldzaamste verschijnselen; daarentegen vertoont zich dikwijls in haar weefsel hyperaemie, vooral van mechanischen oorsprong, ten gevolge van stoornissen in den bloedsomloop door het hart en'de longen. Inzonderheid is haar parenchyma tot de vorming van cysten (II. bl. 66) voorbeschikt, daarentegen lijdt het nimmer aan tuberkels en komt de kanker hoogst zelden in hetzelve voor, meestal nog in den vorm van meduliairen kanker. — Wat de thymusklier betreft, kent men alleen eenen toestand van in het oog loopende, abnormale grootte bij pasgeborenen, en haar voortbestaan (gebrekkige involutie) tot in het 5de - 7de levensjaar, ia" tot in de puberteitsjaren en later (II. bl. 101).

KB.. De vergrooting der schildklier veroorzaakt, naarmate van haren omvang en ligging, eene meer of minder nadeelige drukking en verschuiving der naburige deelen , vooral van het strottehoofd en de luchtpijp.

Ziekten van den slokdarm en de keelholte. Het slijmvlies dezer deelen is zelden de zitplaats eener catarrhale of croupeuse ontsteking (I. bl. 333); evenmin is zij dikwijls aan verweeking (II. b). 138) of verzwering (II. bl. 8) onderhevig; het meest nog komt #eszells verwoesting door bijtende, minerale zuren (II. bl. 17) voor. — De vernaauwing van den slokdarm (II. bl. 128) bestaat in eene calleuse of scirrheuse strictuur, of zij is het gevolg van chronischen catarrhus, of wordt doordrukking of kramp (II. 1)1. 128) veroorzaakt. De verwijding (II. bl. 129) strekt zich over het gehcele kanaal uit, of bepaalt zich tot een gedeelte van hetzelve, zij is gelijkmatig of divertikelachtig en het gevolg van verlamming van den spierrok, of van vernaauwing en ophooping van voedsels boven de vernaauwde plaats.— Spontane doorboring (II. bl. 164) kan de slokdarm even zeer ondergaan. — Van de ziekelijke voortbrengselen komt somtijds het fibroïd (fibrochondroïd) als een verschuifbaar, blaauwachtig wit gezwel, van de grootte eener linze of boon, in het onderslijmvliescelweefsel van den slokdarm voor, en de fibreuse polyp, als een kwabvormig, met eenen steel in het perichondrium van het ringvormig kraakbeen wortelend en in de holte van den slokdarm afhangend voortbrengsel. Tuberkels komen hier bijna nimmer voor, kanker daarentegen

Sluiten