Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door het invallen van den borstwand, door abnormale (partiële of totale uitzetting der longen (supplementair of vicarierend empbyseem), door wegtrekking van naburige organen, door afscheiding van water uit het bloed (hydrops ex vacuo) of misschien zelfs door uitstorting van bloed.

Inademing. Wanneer de inademing zeer rustig geschiedt wordt de borstkas nagenoeg alleen door de zamentrekking van het middelrif (II. bl. 242) en der mm. scaleni verwijd; heviger inademingen worden ook door de borsten eenige halsspieren ondersteund [mm. sternocleidomasloïdei en cucullares) waarom men deze spieren, na langdurige moeijelijke ademhaling, ook wel hypertrophisch heeft gevonden, waardoor de hals zich korter en dikker voordoet. - De voorwaarden, onder welke de inademing naar behooren kan plaats hebben , zijn : normale bewegelijkheid van de beenderen der borstkas, natuurlijke prikkelbaarheid en prikkeling der tot de inademing dienende spieren en zenuwen, en eene behoorlijke vatbaarheid der longen om zich uit te zetten en de lucht op te nemen. Wijzigingen der inademing kunnen op stoornis van eene dezer voorwaarden berusten.— De verschijnselen bij de inademing zijn de volgende : de thorax zet zich naar alle zijden uit (vooral in zijne voorste, bovenste en onderste zijdelingscbe gedeelten) en wordt een wein;,r in de hoogte geligt, de tusschenribsruimten (soms ook de keel- en bovensleutelbeensgroeve) worden matig ingetrokken, terwijl daarentegen de bovenbuiksstreek (door de nederdaling van het middelrif) oprijst; het strottehoofd gaat een weinig naar de laagte , terwijl het strotteklepje zich oprigt en de stemspleet zich verwijdt, de lucht in het darmkanaal wordt zamengedrukt. — Wijzigingen der inademing zijn: geeuwen, bestaande in eene diepe en langzame inademing met wijd geopenden mond, sterk opgetrokken verhemelte en zeer verwijde strottespleet; somtijds met eene opvolgende korte, meer of min luidruchtige uitademing; zuchten, d. i. eene langzame, diepe inademing met eene dergelijke, ruischende uitademing; snikken en bikken, d. z. afgebrokene, korte en hevige, snel op elkander volgende en luidruchtige inademingen, die alleen door het diaphragma bewerkt worden; snuiven, d. z. snel op elkander volgende, oppervlakkige inademingendoorden neus, met gesloten mond; bij het zuigen en slorpen bedienen wij ons van de met de inademing verbondene opzuiging.

Uitademing. Het gewone uitademen is niet, zoo als de inademing, eene werkzaamheid der spieren, maar het gevolg der elasticiteit van de ribbenkraakbeenderen, van de luchtwegen en het darmgas; het komt door het nalaten der zamentrekking (verslapping) der inademingsspieren en het nederzakken der ribben, alsmede door het opstijgen van het diaphragma, dat echter ook door de uitzetting van het darmgas in de hoogte wordt gedreven, tot stand; daarbij is ook de zamentrekking van de elastische en contractile wanden der luchtwegen behulpzaam. Bij eene ingespannen uitademing (spreken, zingen, lagchen, boesten) treden ook nog eenige spieren (vooral de mm. intercosiales en abdominales) in werking. De uitademing moet gestoord worden, indien de elasticiteit van het geraamte der borstkas en van de luchtwegen verminderd, en de contractiliteit der longvezelen en der buikspieren verzwakt is. — De verschijnselen der uitademing zijn de tegenovergestelde van die, ■welke bij de inademing waargenomen worden.— Wijzigingen van de uitademing zijn: het hoesten, d. z. korte, overluide, krachtige en stootsgewijze uitademingen (meestal na eene diepe en sterke inademing; is dit niet het geval, zoo noemt men het «kugchen"), door eene meer of min vernaauwde stemspleet; niezen, d. i. eene korte en sterke uitademing na een diep en langzaam inademen (ten gevolge van prikkeling van liet slijmvlies der neusholte); bij deze uitademing wordt de lucht snel en hevig door de neusholte uitgedreven en voert een gedeelte van liet slijm, onder een eigenaardig geluid, met zich mede, bij het rogchelen wordt een luchtstroom snel en hevig door middel van eene of eenige snel op elkander volgende uitademingen door het strottehoofd en de zamengetrokken keelholte gedre-

Sluiten