Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rib) gevoeld, of door de voorwaartsche welving van de tusschenribsruimte (hartstoot, hartslag) zigtbaar opgemerkt worden. Geschiedt net aandrukken van het door zijne zamentrekking vaster geworden en sterker gewelfde hart tegen den borstvrand met groote kracht (bij hypertrophie), dan wordt de laatstgenoemde opgeligt en geraakt in schudding en de hartslag laat zich dan ook gewoonlijk in meerdere tusschenribsruimten waarnemen. Bij elke systole van het hart wordt het bloed uit de kamer, dat, wegens de sluiting van den veneusen mond door de atrio-ventrieulaire klapvliezen [valvula tricuspidalis en mitralis) niet in den boezem kan terugvloeijen, door de slagaderlijke monding in de reeds met bloed gevulde slagader [art. pulmonalis en aorta) gedreven, waarbij zich deze niet alleen verwijdt en verlengt (klopt), maar ook door den schok der bloedgolf in hoorbare trillingen (d. i. de eerste slagadertoon) geraakt. Bij de diastole vloeit het bloed uit den boezem door de aderlijke monding in de kamer af, de verwijde slagaderen trekken zich weder te zamen en de terugvloeijing van het bloed uit dezelve naar de kamers, wordt door de sluiting der halvemaanswijze klapvliezen belet. Bij de systole is er, even als bij de diastole, een toon hoorbaar, van welke de eerste of systolische iets langer en dolFer en in de linker kamer het sterkst is, terwijl de tweede of diastolische korter, helderder en meer klepperend is. Beide toonen, die men derhalve van den eenen hartslag tot den anderen verneemt, volgen elkander in een tamelijk gelijk tijdsbestek op; ondertusschen schijnt (wegens de verschillende sterkte der beide toonen) de tusschenpoozing tusschen den eersten en tweeden geringer te zijn, dan die op den tweeden volgt en deze weder van den eersten alscheidt. — Ook in de beide groote slagaderen, de aorta en longslagader, hoort men, gelijktijdig met die van het hart, twee toonen , van welke de tweede, heldere en klepperende, de langste is, zoo dat zich de toonen in het hart even als een trochaeus ( — >_'), die der slagaderen als een jambus —) verhouden. Wat het ontstaan dezer verschillende toonen betreft, kan men alleen met eenige zekerheid zeggen, dat de hoofdoorzaak van den eersten toon der hartekamer ia het uitspannen van het atrioventriculaire klapvlies, en van den tweeden toon der slagader in het uitspannen van het halvemaanswijze klapvlies gelegen is, maar dat de oorzaak van den 2dfn hart- en lsten slagadertoon nog eenigzins duister is. Hoogst waarschijnlijk ontstaat de 2de harttoon op gelijke wijze als de 2de slagadertoon, door de halvemaanswijze klapvliezen en de lste slagadertoon door de trilling van den vaatwand. Voor de praxis is het ook van minder belang te weten, waardoor deze toonen ontstaan, dan wel, wat er gedurende dezelve geschiedt; daarom prente men zich het volgende in het geheugen.

«) Bij den eersten hart- of kamer-toon trekt zich de kamer te zamen (systolische toon), drijft het bloed tegen het veneuse klapvlies (valvula tricuspidalis en mitralis) en door het slagaderlijke ostium in de slagader (a. pulmonalis en aorta).

Is de systolische toon normaal, dan zijn het veneuse klapvlies en het slagadeilijke ostiuin in gezonden toestand; — hoort men in de plaats

II. 17

Sluiten