Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hinderpaal in de circulatie, zonder achterlating van eenige abnormiteit op de huid.

a) Idiopatbische passive hyperaemie: na de inwerking van koude, bij varicositeiten, doodsvlekken.

b) Symptomatische passive hyperaemie (mechanische): bij stoornissen in den bloedsomloop, ten gevolge van hart- en longziekten (cyanosis).

II. Gebrek aan bloed (anaemie), te weeg gebragt door algemeen bloedgebrek (na haemorrhagiën), of door verhinderden toevoer van bloed naar de vaten der huid (ten gevolge van onderbinding, drukking, kramp der vaten, bij lipothymie), of door qualitative ontaarding des bloeds (bij bleekheid en gebrek aan bloed: chlorose, cachexiën). — De verschijnselen hierbij zijn: wasachtige bleekheid (bij chlorose) of aard vale kleur der huidbekleedselen (bij cachexiën), met slapheid en ingevallen toestand, of sereuse infiltratie en opzwelling derzelven.

III. Afscheidingsziekten. Zij betreffen de afscheiding der smeer- en zwcetkliertjes, de hoeveelheid en de hoedanigheid der afgescheidene stof; niet zelden zijn de klier en hare afscheidingsstof te gelijkertijd ziekelijk veranderd.

A. Afwijkingen in het zweet; a) ten opzigte der hoeveelheid: 1) overvloed van zweet {hyperidrosis), bet zij algemeen (bij uitterende algemeene ziekten) het zij plaatselijk (in de okselholten, aan de voeten); 2) gebrek aan zweet (oligidrosis, anidrosis), vooral bij chronische huidziekten. — b) ten opzigte der hoedanigheid: stinkend (bromidrosis), bloederig (haematidrosis), urineus (uridrosis), gekleurd (chromidrosis), menstruaal- en liaemorrhoïdaal — (menidrosis en liaemorrhoidrosis), melk- (galactidrosis) en specifiek zweet (odor hircinus, bij exanthemen).

B. Afwijkingen in het huidsmeer. Het sebum of smegma culaneum kan zoowel in hoeveelheid als hoedanigheid (riekend, brij-, melk-, steenachtig) ziekelijk veranderen.

a) In te groote hoeveelheid afgescheiden huidsmeer, bij eene ongestoorde ontlasting (seborrhoea), inzonderheid op het behaarde gedeelte van bet hoofd en in het aangezigt (tinea s. pityriasis neonatorum, scborrhagia, acne sebacea, ichthyosis faciei), komt vooi :

1) als seborrhoea congestiva: aanvankelijk vertoonen zich op eene roode, niet geïnfiltreerde grondvlakte, de opene, met de afscheidingsstof gevulde mondingen der smeerklieren in de gedaante van witte, niet uitpuilende puntjes; daarna komt de inhoud der klier op de roodgekleurde huidvlakte in den vorm van kleine, witte, vettige schubjes te voorschijn, zoodat de zieke huidplek nu scherp begrensd, sterk rood gekleurd, met schubjes bedekt, maar niet verdikt, niet jeukend, vochtig of ontveld is.

2) als seborrhoea non congestiva-, de oppervlakte der huid vertoont zich glinsterend, als met olie besmeerd en vettig op het aanvoelen; de opene uitvoeringsbuisjes der smeerklieren bevatten propjes van een week, ligt uit te drukken huidsmeer; dit komt te voorschijn en verdroogt tot kleine, witte, vetachtige schubjes, die zich derhalve op eene normale huidvlakte bevinden. —De schubjes worden door stof enz. ligt donker (groenachtig, biuin, zwart) gekleurd. .

b) Vermeerderde smeerafscheiding met verhinderde ontlasting (ten gevolge van verdikking van het smeer, of van verminderde uitdrijvingskracht van den klierwand, of van verstop-

Sluiten