Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

titel, weder onder de oogen en houdt de stem, die tot vermeerdering van kennis aanspoort, levendig. Daarbij levert de vertaling een -wezenlijk gemak voor hen op, en komt aan hun geheugen te gemoet. Vooral hun, die niet veel in eene vreemde taal lezen, kost het veel inspanning eene wetenschap, die in de latere jaren zoo zeer van gedaante veranderd is, als de verschillende takken der natuurkundige, en die daardoor vreemd voor hen geworden is, in vreemde talen weder tot de eigene te maken. In de moedertaal denkt, begrijpt en onthoudt men gewoonlijk gemakkelijker. De vertalingen lokken daarom tot studie uit, weiligt krachtiger dan eenig ander middel, en geven er gelijktijdig de geschiktste middelen voor aan de hand.

Wanneer men hierbij nog in aanmerking neemt, welk een verlies ons nationaal vermogen elk jaar door de massa van werken lijdt, welke ons van buiten toestroomen, terwijl dit verlies door geen uitvoer van onze produkten der pers zelfs eenigermate wordt vergoed, en bij verbetering van den wetenschappelijken ijver onder onze geneeskundige landgenooten aanmerkelijk moet toenemen, wanneer men bedenkt, dat ons vad-erland, het land der boekdrukkunst, al de bouwstoffen voor het drukken van boeken oplevert, en derhalve door de uitgave van vertalingen (bij gemis van oorspronkelijke werken in onze taal) verschillende takken van nijverheid, en het bestaan van velen worden ondersteund, dan vraag ik met de hand op het hart: Voldoen in ons vaderland in den tegenwoordigen tijd vertalingen aan geene dringende behoefte? Zijn wij niet verpligt liet goede, dat op vreemden grond welig groeit en heerlijke vruchten oplevert, op onzen bodem over te planten en met zorg te kweeken, opdat het ook bij ons eenen rijken oogst van wetenschappelijke kennis en ijver oplevere, die de eerste voorwaarden uitmaken voor eene wezenlijke verbetering van onzen maatschappelijken stand, die algemeen zoo hartelijk gewenscht wordt, waarvan de noodzakelijkheid zoo levendig wordt gevoeld, en die te vergeefs in middelen buiten ons zelve gezocht wordt, voor een groot gedeelte juist alleen in ons zelve te vinden is?

Amst. Julij 1846.

Or, C. JE. Heynsius-

Sluiten