Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een aantal van reactieproeven met eiwit geeft Valentin t. a.p. en Pappeniieim, Verdauung, S. 37 en volg.

2. fibrine.

Fibrine, vezelstof, komt voor in de lymphe, in de chijl en het bloed en in vele vloeistoB'en, welke regtstreeks uit de bloedvaten afgescheiden zijn, met name in de wei der weivliesholten (Hewson) , in ontstekingaardige uitzweetingen, zelden in hydropische vloeistoffen (1) en in de urine (2). liet hoofdbestanddeel der spieren is gestolde vezelstof; in het bloed is zij opgelost, doch scheidt zich na den dood zeer spoedig door vrijwillige stolling van hetzelve af.

Er bestaat geen ander middel, om vloeibaar eiwit van vloeibare vezelstof te onderscheiden, dan juist de vrijwillige stremming van de fibrine. Eene vloeistof, die niet stremt, bevat alzoo geene vezelstof. Het bloed van asphyctisch gestorvenen, van dood gejaagde dieren, van vergiftigden, als ook het bloed van die individuen, welke bij eene overigens volkomene gezondheid na ligte verwondingen doodbloeden, van de lijders aan zoogenaamde bloederziekte, stremt niet, en bezit alzoo geene vezelstof. Onjuist is men gewoon te zeggen, dat in de genoemde gevallen de vezelstof niet stremt.

Wanneer het bloed aan den invloed van het organisme onttrokken is, dan stremt het zoowel onder den invloed van warmte als van koude, in de lucht zoowrel als in het luchtledige (5) en in verschillende gassoorten (4), in rust zoowel als in beweging. Het bloed wordt eerst geleiachtig, trekt zich vervolgens allengs zamen, en drijft de vloeistof uit, terwijl de bloedligchaampjes met de vezelstof verbonden blijven. De stremming van het uit eene ader gelaten bloed grijpt nu eens spoediger, dan eens langzamer plaats, en, naar het schijnt, in het algemeen des te sneller, naarmate

(1) AIateer in het Edimb. med. and surg. Journul. 1837, Jan. p. 74. A. Magnds in Müller's Archiv, 1838, S. 95.

(2) H. Nasse in F. und H. Nasse, Unters. 1, 207.

(3) Scudamore, Versuch. iiber d. Blut. A. d. E. Wiirzb. 1826, s. 20. tledejiann, Gmelin en MiTScnERlicii, in het Zeitschrift fiir PJiysiol. V, 1.

(4) Schroeder van der Koik , Diss. sislens sanguinis congulantis historiam, Groninjr. 1820, p. 81.

Sluiten