Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs zouten zijn, met uitzondering van de alkalizouten, onoplosbaar. Met één atoom water wordt het slijmzuur in metaslijmzuur veranderd, dat in alkohol oplosbaar is en oplosbare zouten vormt.

Wanneer men melksuiker met potaschhydraat en water vermengt, dan vormt er zich eene bruine, in alkohol onoplosbare massa, welke koolzuur, azijnzuur en eene eigendommelijke, bruine stof bevat, van eenen flaauwen en bitteren smaak.

T'an de verbindingen der melksuiker zijn die met zuren nog weinig onderzocht. Men kent verbindingen van haar met loodoxyde in verschillende verhoudingen. Indien loodoïyde gedurende eenen langen tijd met eene oplossing van melksuiker getrokken vrordt, dan ontstaan er drie verbindingen: die met de grootste hoeveelheid suiker blijft opgelost; eene tweede met minder suiker blijft verdeeld; de derde met de grootste hoeveelheid loodoryde wordt nedergeslagen.

II. melkzuur.

Het melkzuur is even zoo algemeen verspreid als de eitractiefstoffen; in alle vochten des ligchaams en in alle afscheidingen komt zij nu eens met bases verbonden, dan weder ook vrij voor. Het vrije zuur, dat in het vleesch en het zweet, in de urine en in de melk gevonden wordt, is melkzuur; de bases, waarmede het verbonden voorkomt, zijn soda, potasch, kalk, magnesia, ammonia en pisstof. In de melk ontstaat zij, wanneer zij van den beginne af aan niet aamvezig is, zeer spoedig en waarschijnlijk uit de melksuiker; beide zijn polymerische verbindingen, en 1 atoom melksuiker bevat de elementen van 2 atomen melkzuur. Berzelius houdt het melkzuur voor een ontledingsproduct, dat bij de voeding gevormd vrordt; wel ligt is het zijn ontstaan verschuldigd aan de zetmeel- en suikerhoudende voedingsmiddelen. Vele plantaardige stoffen, waarin deze zelfstandigheden bevat zijn, leveren, bij de vrijwillige (?) ontleding, onder andere producten ook melkzuur op; zoo ontstaat het b. v. bij de gisting van zuurkool, van beetwortelsap, van meelstijfsel, enz. Volgens Fremy en Boutron-Charlard (1)

(1) Jourtt. de pharm. 1840. p. 477.

Sluiten