Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen vele stikslofhoudende zelfstandigheden zich mettertijd zoo wijzigen, dat zij suiker, zetmeel en gom in melksuiker veranderen.

Men bereidt het melkzuur uit de melk of uit de genoemde, ontlede plantensappen. Uit de melk wordt het op de volgende wijze bereid: de zure wei wordt tot op 'la van haar gewigt uitgedampt en doorgezegen; het aanwezige phosphorzuur wordt door kalk en de overtollig bijgevoegde kalk door zuringzuur afgescheiden. De nogmaals doorgezegene vloeistof wordt weder uitgedampt en het melkzuur door alkohol uitgetrokken, welke de melksuiker nederslaat. De alkoholische vloeistof wordt uitgedampt, na verdamping van den alkohol in water opgelost, en met koolzuur loodoxyde getrokken, waardoor melkzuur loodoxyde wordt verkregen. De doorgezegene oplossing van melkzuur loodoxyde wordt met zwavelzuur zinkoxyde ontleed; er wordt zwavelzuur loodoxyde nedergeslagen, en er blijft melkzuur zinkoxyde opgelost, dat na doorzijging en door uitdamping in kristalvormigen toestand verkregen

en door herhaalde kristalvorming gezuiverd wordt. Het melkzuur zinkoxyde wordt door baryta, de melkzure zwaaraarde door zwavelzuur ontleed, de zwavelzure zwaaraarde door filtreren afgescheiden, en het doorgezegene uitgedampt. Nadat het overblijvende in aether is opgelost en de aether is verdampt, blijft het melkzuur zuiver over. Men kan ook melkzuren kalk regtstreeks uit de alkoholische oplossing van het melkextract, dat van suiker bevrijd is, bereiden, wanneer men haar met gebluschten kalk of krijt verzadigt , doorzijgt en uitdampt. De onzuivere melkzure kalk wordt door dierlijke kool en herhaalde kristallisatie gezuiverd en vervol¬

gens, zoo als van de melkzure zwaaraarde is opgegeven, verder ontleed.

Het zuivere melkzuur-hydraat (watervrij komt het slechts in verbinding met bases voor) is eene kleurlooze vloeistof, van de dikte eener siroop, 1,215 spec. gewigt, zonder reuk en van een en zeer zuren smaak. Het lost zich in water en wijngeest in elke verhouding op, in aether slechts weinig. Het coagaleert eiwit en kaasstof, de laatste zeer spoedig bij verhoogde temperatuur. Van i het azijnzuur, waarmede het vroeger zeer dikwijls is verwisseld, ' onderscheidt het zich, doordien het niet vlugtig is, zoodat het ook verwarmd geencn reuk ontwikkelt.

Sluiten