Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3328,352. De uit de oplossing in alkohol kristalliserende cholestearine schijnt chemisch verbonden water te bevatten, volgens Gmelin 5,1 pCt. van haar gewigt. Het ontwijkt bij verhitting der kristallen in het waterbad, zonder dat deze hun physisch voorkomen veranderen.

Cholestearine, met zwavelzuur behandeld, kleurt het zuur geel, wordt kleverig, en verandert zich in eene pekaardige massa. Door salpeterzuur wordt zij in cholestearinezuur IV C13 II20 O,' veranderd; dit zuur kristalliseert in geelachtige naaldjes, bezit eenen reuk naar boter, is moeijelijk in water oplosbaar, gemakkelijk in wijngeest, aether, azijnaether en vlugtige oliën, onoplosbaar in vet. Met de zoutbases vormt het geel- of roodgekleurde verbindingen, welke door alle zuren, behalve koolzuur, ontleed worden, en voor een gedeelte gemakkelijk, voor een ander gedeelte moeijelijk in water oplosbaar zijn.

2. seroline.

De seroline werd door Boudet in het bloed ontdekt. Zij wordt door kokend heeten alkohol uit liet gedroogde bloed uitgetrokken, en scheidt zicli bij de verkoeling van den alkohol in vlokken af, die eenen parelmoerachtigen glans bezitten, op het aanvoelen vetachtig zijn, en noch zuur noch alkalisch reageren. Onder het mikroskoop schijnen zij uit draden gevormd, die op verschillende punten tot kogeltjes opzwellen (1). De seroline is ligter dan water, en smelt reeds bij -f- 36°. Zij kan grootendeels onveranderd gesublimeerd worden, waarbij echter het gedeelte, dat ontleed wordt, amoniakale dampen van eenen eigenaardigen reuk uitstoot. Aether lost de seroline gemakkelijk, koude alkohol nagenoeg in het geheel niet op, en ook kokende slechts in eene kleine hoeveelheid. Ten opzigte van het zwavelzuur verhoudt zij zich als ■cholestearine.

B. eigenlijke, voor zeepvorming geschikte vetsoorten.

Cl. vetbases.

Men kent drie ligchamen, oxyden van verschillende radicalen,

(1) Denis, Essai. p. 146.

Sluiten