Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE GEDEELTE.

OVER DE VORMEN EN EIGENSCHAPPEN DER DIERLIJKE ELEMENTAIRE DEELTJES IN HET ALGEMEEN.

De stof voor eene geschiedenis der dierlijke elementaire deeltjes wordt door de waarnemingen omtrent het maaksel van de ontwikkeling der bijzondere weefsels geleverd. Naarmate deze in volkomenheid toenemen en aan zekerheid winnen, laat er zich het voor allen gemeenschappelijke gemakkelijker en zekerder uit vaststellen. Te gevaarlijker echter zijn deze afgetrokkene beschouwingen in een gebied van wetenschap, waarin nog zoo veel uit te vorschen en nog zoo weinig van het waargenomene onbestreden is. De gang, welken de bearbeiding van ons onderwerp tot nog toe genomen heeft, en het gebrek aan bouwstoffen maakten het noodzakelijk, dat wij somtijds eene vergelijking met de plantaardige weefsels te baat nemen. Het nadeel, dat een te spoedig gebruik der feiten in dit opzigt zou kunnen aanbrengen, hoop ik voor te komen, door bij elke algemeene stelling naauwkeurig de waarnemingen op te geven, waarop zij gegrond is.

Wij maken met de het best gekende deelen, met de volkomen ontwikkelde elementaire cellen een begin, om ons daarna aan den eenen kant met haren oorsprong, aan den anderen kant met hare verdere ontwikkeling bezig te houden.

DE ELEMENTAIRE CELLEN (PRIMAIRE CELLEN , KERNCELLEN, CELLULAE NUCLEATAE).

In de meeste plantaardige en dierlijke weefsels komen gedurende het gansche leven , of op eenen zekeren tijd hunner ontwik-

I. 12

Sluiten