Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangevoerd, doen veeleer het vermoeden ontstaan, dat het kiemblaasje zelf als de cel moet worden beschouwd en de kiemvlek als de celkern, waarin, zoo als zoo dikwerf, het kernligchaampje ontbreekt of onduidelijk is. De tweede hierop betrekking hebbende waarneming vermeldt Sciiwann met de volgende woorden (1): »PI. III, Cg. 1, e, schijnt eene in het tijdperk van haar ontstaan verkeerende celkern van eene kraakbeencel te zijn. Men ziet daar een klein, rond ligchaampje, en rondom hetzelve ligt eene kleine hoeveelheid eener fijn korrelige zelfstandigheid, terwijl het overige cytoblastema van het kraakbeen homogeen is. Deze fijn korrelige zelfstandigheid gaat naar buiten allengs te niet." Iets soortgelijks heb ik ook eens in het kraakbeen in het binnenste eener cel gezien en op plaat V, fig. 6, A, o, afgebeeld. Indien wij het ontstaan van kraakbeencellen binnen in de reeds gevormde cellen al eens voor een oogenblik toegeven, dan kunnen de korreltjes n en o nieuwe kernligchaampjes en de kringvormige lijn rondom o de omtrek eener nieuwe celkern zijn. Er is intusschen in dit kraakbeen eene nederzetting van vet begonnen, zoodat de cytoblast der moedercel zelve (m) in een vetblaasje veranderd scheen, en in dit geval kunnen ook n en o toevallig nedergezette vetmoleculen zijn.

Andere waarnemingen maken het twijfelachtig, of de granuleuse zelfstandigheid, waaruit de celkern ontstaat, slechts in den omtrek van een kernligchaampje kan worden nedergezet. Men vindt, zoo als reeds vermeld is., celkernen, die zeer gelijkmatig uit eene groote hoeveelheid van fijne korreltjes zamengesteld schijnen, en wel het meest in de klieren (PI. V, fig. 18) en in de bloedbolletjes der lagere gewervelde dieren (2), ook somtijds in de opperhuid (5) en in gezwellen (4). De buitenste omtrekken dezer kernen worden later gladder en de korrelige massa schijnt op de oppervlakte digter te worden, terwijl de inhoud steeds helderder wordt, zonder dat er ook later kernligchaampjes zigtbaar worden. Echter kunnen zij hier door de massa der korreltjes verborgen gebleven

(1) t. a. p.

(2) BadmgïRTNER, Nerven und Blut,S. 45, Tuf. VIII, Fig. 10. — R. Wagner , tcon. physiol. Tab. XIII, Fig. 3, 7.

(3) Vai.entin, Repeit. 1836. Taf. II, Fig-. 34.

(4) .1. MliUBR, Ban d. hrankh. Gesehieiiltle, Taf. Ilf. Fij. 5 en andere.

Sluiten