Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloote oog een netvormig weefsel, in welks mazen serum bevat is. Of deze mazen in het versche coagulum volkomen gesloten zijn of met elkander gemeenschap oefenen, kan ik niet beslissen; wanneer echter het stremsel nog eenigen tijd lang in de vaten of kanalen van liet levende ligchaam blijft, dan ziet men overal en bij voorkeur aan de oppervlakte tamelijk groote, geslotene, ronde en ovale blaasjes, welke vloeistof bevatten en gedeeltelijk boven de oppervlakte uitsteken, en ook zoo naar buiten groeijen, dat zij nog slechts aan eenen steel schijnen te hangen. Ik heb deze ontwikkeling der met serum gevulde ruimten aan hartpolypen, croupvliezen en aan exsudaten in de holte der darmen en van den uterus nagegaan, en twijfel er niet aan, dat zelfs de blazen van vele zoogenaamde hydatiden en derzelver opeenhoopingen slechts verder ontwikkelde cellen van vezelstof zijn. Hier zou het proces der celvorming alzoo daarop berusten, dal bij de stremming van eene vloeistof, die uit eiwit en vezelstof met elkander vermengd bestaat, de vloeibare wei in de holten van het stremsel wierd ingesloten, welker wanden zich bij voortgaande stremming verdikken en uitzetten, en die zich later door endosmose of door het ineenloopen der afzonderlijke holten vergrooten.

Met behulp van het mikroskoop merkt men soortgelijke metamorphosen in eene halfvloeibare zelfstandigheid op, die uit de afstervende ligchamen van infusoriën en uit de versche fragmenten van lagere en hoogere dieren wordt afgescheiden. Dujardin beschreef haar onder den naam van Sar code (1). Zij is zeer helder en doorschijnend, bezit zeer fijne omtrekken, die slechts bij getemperd licht worden waargenomen. Zij vormt aanvankelijk groote, onregelmatige vlekken, welker buitenste omtrekken echter dikwijls uit boogvormige lijnen zamengesteld zijn, alsof meerdere kringvormige droppels gedeeltelijk ineengevloeid waren. Dikwijls scheiden er zich enkele kogeltjes af, of de geheele massa gaat in één of meerdere grootere kogeltjes over (2). Binnenin deze ziet men alsdan afzonderlijke kleine kogeltjes ontstaan, die zich allengs uitzetten en in aantal toenemen, en zich, wanneer zij eene zekere

(1) Ann. (les sciences nat. 2 Série, IV, 3G7.

(2) Dcjarihn, t.. a. p. Tl. XI, Fig. L, 2—G,

Sluiten