Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfstandigheid, waaruil die organische krislallen bestaan, zich niet vocht kan doortrekken en de nieuw aangroeijende moleculen tusschen de oudere, reeds nedergeslagene, kan opnemen, terwijl de anorganische kristallen slechts door appositie in omvang toenemen. Schwann (1) gaat van de vooronderstelling uit, dat kernligchaampjes, kern en cel naar denzelfden typus gevormde, in elkander geslotene blaasjes zijn, en houdt de blaasjes voor analoog met de lagen der kristallen, waarbij zeker het onderscheid blijft bestaan, dat de lagen elkander niet aanraken, maar vloeistof tusschen zich bevatten. Kristallen groeijen door eene dubbele soort van appositie, daar de moleculen zich deels op de vlakte naast elkander, deels in de dikte op elkander nederzetten. Het groeijen in de dikte is echter uit onbekende oorzaken beperkt, zoodat de moleculen, wanneer een blad eene bepaalde dikte bereikt heeft, zich niet meer met elkander tot één geheel verbinden, maar eene nieuwe laag vormen. Nemen wij aan, zegt Schwann, dat ligchainen, die voor iinbibilie geschikt zijn, kunnen kristalliseren, dan zal er ook bij deze eene vorming van lagen plaats hebben en men slechts in de afzonderlijke lagen eene zooveel mogelijk innige verbinding der moleculen aantreffen. Daar nu de nieuwe moleculen zich tusschen de aanwezige kunnen nederzetten, zal de laag zich uitzetten en zich van het afgewerkte gedeelte van het kristal scheiden, zoodat er tusschen haar en het kristal eene holle ruimte ontslaat, die door iinbibitie met vloeistof wordt gevuld. Op die wijze verkrijgen wij bij voor imbibitie geschikte ligchamen, in de plaats van eene nieuwe laag een hol blaasje. Van den meer of minder zamengedrongenen toestand der vloeistof, van het cytoblastema, hetwelk Schwann met de moederloog vergelijkt, hangt liet af, hoeveel vaste zelfstandigheid er in eenen bepaalden tijd uit moet kristalliseren; hoeveel er zich in eenen gegevenen tijd bij de reeds gevormde laag voegen kan, hangt van hare geschiktheid voor imbibitie af. Zoo er meer vaste zelfstandigheid uit kristalliseert, dan zich bij de gevormde laag voegen kan, dan moet er eene nieuwe laag ontstaan. Is deze gevormd, dan breidt zij zich snel lot een blaasje uit, tegen welks binnenvlakte het eerste blaasje met zijn primitief ligchaampje aanligt.

(1) Mikroskop. Untersuch. vs. 230 en volg;.

Sluiten