Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houdt de beweging voor altijd op; kwetsing van cellen in de nabijheid , drukking en mechanische prikkeling doen de beweging slechts voor eenigen lijd ophouden , en zij vangt zelfs , wanneer de oorzaak bij voortduring blijft werken, langzamerhand weder aan, alsof de gewoonte er invloed op uitoefende. Sterke zouten en zuren, kalkwater, alkohol, opium doen de kringswijze beweging ophouden; zwakkere doses veroorzaken eene vertraging, die later weder verdwijnt. Galvanismus doet de beweging oogenblikkelijk ophouden, doch zij vangt, onder den onafgebroken invloed der zuil, na eenigen tijd weder aan. In de charae is de rigting der stroomen naauwkeurig aangeduid door groen gekleurde ligchaampjes, die, in den vorm van eenen rozenkrans aaneengevoegd, aan den binnensten celwand liggen. Zij vormen banden, die in jonge cellen evenwijdig aan de lengte-as loopen, in oudere de lengte-as in eenen scherpen hoek snijden. Binnen in de vliezige buis volgen de stroomen de rigting dezer banden. In andere cellen staat, volgens Sciileiden (1), de cytoblast in eenige betrekking tot de draaijing; de kleine stroomingen gingen steeds van hem uit en keerden tot hem terug, en hij zelf zou nooit buiten het stroompje liggen.

Dutrociiet (2) trekt uit eene reeks van in elk geval zeer belangrijke experimenten het resultaat, dat de draaijende beweging van het celvocht in de charae door dezelfde kracht wordt veroorzaakt, die de bekende bewegingen van de kamfer op het water voortbrengt, en dat deze kracht electriciteit is. Zij maakt eene wederkeerige afstooting van het water en de kamfer noodzakelijk; de groene kogeltjes, die in de wanden van de buisjes der charae bevestigd zijn, vergelijkt Dutrociiet met de kamferstukjes; zij blijven, juist omdat zij bevestigd zijn, zonder beweging, terwijl zij de beweging van het celvocht des te levendiger doen worden. Dezelfde omstandigheden, die op de bewegingen van het celvocht invloed uitoefenen , veranderen ook de beweging der kamfer in water; wrijven van het vaatwerk, het indompelen van een vreemd ligchaam, vermindering der temperatuur doen haar ophouden, doch slechts voor eenigen tijd, en terwijl de storende oorzaak blijft voortbestaan, vangt de beweging

(1) MiillER's Arcldv, 1838, s. 147.

(2) Comp/es retiius, 1841, n°. 1—3.

16*

Sluiten