Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den en als den wand van eenen tusschencelgang beschouwen kan.

In het ligchaam der dieren, ten minste der hoogere, wordt dit als regel waargenomen; de omgrenzing der tusschencelgangen wordt zelfs meestal door eene zamengestelde cellenlaag gevormd, des te krachtiger, naarmate de holte wijder is; de buitenste lagen gaan in vezels over, en zoo ontstaan er zakken en kanalen met vliezige en vleeschige wanden. Tusschencelgangen zonder eenen eigenen wand zijn de holten, die ik valsche, sereuse zakken noem (z. Bindweefsel), en de oogkamers; de echte sereuse zakken zijn tusschencelruimten, door eene eenvoudige cellenlaag omgeven; aan de overige tusschencelgangen, het vaatstelsel, de zich naar buiten openende kanalen en uitlozingsbuizen der klieren hebben de wanden een eigen bestaan verkregen en vormen zij een bijzonder geheel.

De tusschencelgangen, waarin het voedingsvocht wordt rondgevoerd , vormen een gesloten stelsel van vertakte buizen; de overige vertakte tusschencelgangen staan naar buiten open, doch schijnen ook m vroegere levenstijdperken gesloten te zijn en zich eerst later door bersting aan de oppervlakte te openen. De zamengestelde klieren ontstaan niet, zoo als men vroeger aannam, op die wijze, dat de uitlozingsbuis van de oppervlakte, waarop zij zich opent, uitgroeit en, even als een boom, zich taksgewijs verdeelt: maar de fijnere takken der uitlozingsbuis vormen zich als tusschencelgangen in eene compacte cellenmassa, en geraken eerst na dien tijd met den stam in verbinding.

Is het begrip, dat wij ons van de fijnste haarvatennetten en van de fijnste uiteinden der klieren gevormd hebben, juist, zijn het wezenlijk meengesmoltene moedercellen, en de bloed- en slijmbolletjes de endogene, jonge generatie, dan moet men aannemen, dat er zich cellen in de tusschencelgangen openen, en dat de celwanden met de wanden der tusschencelgangen kunnen ineensmelten.

ORGANISMUS.

Voor onze oogen vormt zich uit den inhoud eener cel, of uit eene oogenschijnlijk gelijkvormige massa van korreltjes, een ligchaam , waarin de cellen, die allengs in aantal toenemen en meer en meer van elkander gaan verschillen, volgens bepaalde wetten ten opzigte van elkander gerangschikt en met eigendommelijke

Sluiten