Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich door maceratie en door broeijen 11a den dood van zelve, al' en wordt gedurende het leven dikwijls door opeenhooping van etter of wei in de gedaante van blaasjes opgeligt. Deze opperhuid wordt epidermis genoemd. Onder dezeïfde omstandigheden laat er zich ook op het begin van eenige slijmvliezen, met name in de mondholte en den slokdarm, aan den ingang van den neus en de scheede, eene vaat- en zenuwlooze laag afscheiden, die met de uitwendige opperhuid overeenkomst bezit, en daar zij bij dieren hier en daar op sommige gedeelten der slijmvliezen gevonden wordt, waar zij bij menschen niet kan worden aangetoond, b.v. in de maag van het paard en van de graanetende vogels, zoo werd door velen het denkbeeld geopperd, dat alle slijmvliezen eene opperhuid bezaten. Men gaf aan haar, om ze van de opperhuid der uitwendige huid te onderscheiden, den naam van epithelium. Uit analogie hebben sommigen dit ook op de sereuse vliezen en op de binnenste oppervlakte der vaten aangenomen. Het bewijs voor deszelfs bestaan kon slechts door het mikroskopisch onderzoek geleverd worden, even als dit ook de dwalingen uit den weg moest ruimen, die er omtrent het maaksel en de physiologisclie beteekenis der opperhuid zijn ontstaan. Daar zij geene vaten of zenuwen bezit, hielden velen haar in het algemeen voor onbewerktuigd, voor een structuurloos, laagsgewijs afgescheiden en verhard slijm, dat slechts dient, om de daaronder gelegene, georganiseerde deelen tot een beschuttend bekleedsel te verstrekken. Het vaatrijk vlies, hetwelk onmiddellijk onder de opperhuid is uitgespreid, werd voor het afscheidingsorgaan van het slijm gehouden en malrix genoemd. Daar echter de opperhuid een eigenaardig en zamengesteld maaksel bezit, daar hare elementen op dezelfde liuidvlakte hier den eenen en daar weder eenen anderen vorm bezitten, daar zij groeijen en zich scheikundig veranderen, kan de opperhuid geen eenvoudig alscheidingsproduct der vaat- en zenuwrijke vlakte zijn, waarop zij ligt; zij vormt zich veeleer, even als elk organisch weefsel, onder den invloed van het organisme als geheelheid, volgens eigene wetten, en de zoogenaamde matrix levert uit hare vaten slechts de bouwstof voor de vorming der opperhuid, slechts de conditio sine qua non voor hare vorming. Daarom groeit zij laagswyze van de matris af aan, en daarom groeit zij niet meer en sterft zij af, wanneer

Sluiten