Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het haartje zich als de punt eens trechters om een middelpunt beweegt, en de punt eenen wijden kring beschrijft. Deze kringswijze beweging gaat, wanneer zij wordt uitgeput, in eene trillende oyer. 2. Het geheele haartje buigt zich golfvormig, even als de staart der zaaddiertjes. 5. De haartjes krommen zich in den vorm eener bijl, zoo dat het onderste gedeelte weinig of in het geheel niet bewogen wordt, en slechts de punt zich buigt en terstond weder terugkeert tot haren vorigen toestand. Slechts de laatste soort Tan beweging heb ik duidelijk bij gewervelde dieren gezien (1). Wanneer men den omgeslagen rand van een levendig flimmerend slijmvlies beschouwt, dan geeft zij in het begin den indruk van een snel vloeijend water, van eene vlietende beek. Beschouwt men de flimmer-beweging in fijne geslotene buizen, waartoe men bij lagere dieren dikwijls gelegenheid heeft, b.v. in de lintvormige ligchamen van den regenworm en van branchiobdella, dan kan men haar met niets beter dan met het flikkeren eener brandende kaars vergelijken. Later, als zij iets rustiger wordt, gelijkt zij aan het golven van een korenveld door den wind. Na eenen langeren tijd, wanneer reeds enkele haartjes ophouden zich te bewegen, ziet men andere zich gelijktijdig of na elkander krommen en weder uitstrekken; dit grijpt eerst rhythmischplaats en in korte tijdruimten, vervolgens in langere pauzen , eindelijk zonder regelmaat, nu en dan eenmaal; somtijds rusten ook enkele of geheele rijen eenigen tijd lang, en beginnen daarna zich weder te bewegen. Om de beweging beter na te gaan, kan men ze ook kunstmatig vertragen; men bevochtigt daartoe het toegevouwen slijmvlies, in plaats van met water, met olie of gomoplossing, vloeistoffen, die door hare taaiheid de vrije beweging der ciliën verhinderen, zonder ze zelve te schaden (2).

(1) In zijn artikel over flimmer-beweging in AVagher's llandtvörterhucli f. Phys. I, 503, voegt Vaientin hier nog eene vierde wijze, eene slingerende beweging (motus vucillans), bij; bet baartje beweegt zich daarbij slingervormig van de ééne zijde naar de andere. Vert.

(2) Pcrkinje tï. Valentw, t. a. p. p. 78.

Volegns Kraüse trillen de baartjes, onder gewone omstandigheden, 190—320 malen in de minuut. Vaiehtin kwam aan de in water llimmercnde kiemen van anodonta slechts tot 100—150 in de minuut. In bet algemeen, zegt bij, kun-

Sluiten