Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het schaap : A,B afzonderlijk, C zamenhangend; apuntig, schijnbaar afgescheurd uiteinde, h ciliën.

Fig. 12. Korrelig pigment van de voorste vlakte der choroïdea.

A. Zamenhangende cellen, van hare vlakte gezien: a half bedekte , b nagenoeg vrije kern.

B. Pigmentcellen van ter zijde gezien: a het voorste, ongekorrelde gedeelte.

C. Eene cel in profil, met naar buiten uitstekende kern a.

I). Pigmentkorreltjes, 700 maal vergroot. Oc. o. Obj. 4,5,6.

Fig. 15. Pigmentcellen uit de lamina fnsca der sclerotica.

A. Twee ineengesmoltene cellen: na kernen.

B. Eene cel, die in eenen lichten draad a verlengd is.

C. I). Eene stervormig vertakte cel met verschillende uitsteeksels: n kern.

Fig. 14. Het onderste gedeelte van een hoofdhaar in zijnen zak: a zak, b haarkiem, c buitenste laag der wortelscheede, cl hare binnenste laag, e onderste einde van het celovertreksel, f doorschijnende omtrek van de punt des haarkiems, g mergzelfstandigheid, h bastzelfstandigheid, i grenzen tusschen de cellen van de buitenste laag der vvortelscheede, k rondachtige kern van den haarknop, l hare verlengde kern, m kernen, die in nog langere vezels zijn verlengd, n overlangsche strepen van den bast, o breede dwarsstrepen van het onderste gedeelte, p smallere dwarsstrepen van het voltooide haar, ijq pigmenthoopjes in het mergkanaal, ongeveer 200 maal vergroot.

Fig. IJ}. Binnenste laag der wortelscheede van een hoofdhaar. Fig. 16. Blond hoofdhaar, met azijnzuur behandeld: a mergzelfstandigheid, bb bastzelfstandigheid van den haarknop, cc dwarsstrepen, dd verlengde celkernen van de bastzelfstandigheid, eedwarsovale celkernen der mergzelfstandigheid, f f afgetrokkene vezels van den bast, rj eene anastomose tusschen deze vezels; bij eene 200voudige vergrooting.

PLAAT II.

I1ig. 1. Loodregte doorsnede van de cornea en het DEJiouKS-sche

Sluiten