Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. Cel, in wier wand de kern a eene uitpuiling vormt.

D. Eene cel, waarvan het vlies, van de kern uit, plooijen

schijnt te vormen.

E. Cel, waarin de stervormige figuur uit korreltjes bestaat.

PLAAT III.

1 6. XiIeberkühn-sche vaatopspuitingen, gedroogd. Vergrooting 90 malen. Oc. I, Obj. 1,2, 3.

Fig. 1. Haarvaten der longen.

Fig. 2. » van de huid des arms.

^<r » der membrana Schneideriana.

>y eener spier, overlangsche doorsnede.

^JS- » van het beenvlies der tanden.

Fig. 6.

» van het slijmvlies des slokdarms.

7 • >} uit Je pia mater van het schaap; a lumen van een vat met afwisselende overlangs-ovale celkernen, bbb naar buiten uitpuilende kernen, cc wand en d lumen van eenen dikkeren tak, ff dwars-ovale kernen.

Fig. 8. Eene kleine slagader, ter zelfder plaatse: «lumen, bb wand, c tunica advenlilia, d kernen van het epithelium, cc dwarso\ale kernen van de laag van kringswijze vezels, /'eene, die uit de diepte doorschijnt, in het op het objectief-glas liggende gedeelte van den «and, (jrj schijnbare doorsneden van dwars-ovale kernen.

Fig. 9. Eene dikkere slagader, van dezelfde plaats, met azijnzuur behandeld: « lumen van het vat, door den rok van overlangsche ïezelen begrensd, bb rok uit kringswijze vezelen, cc tunica adventitia, dd overlangs-ovale kernen van den rok uit overlangsche vezelen, cc dwars-ovale kernen van den rok uit kringswijze vezelen, ff schijnbare doorsneden van zulke kernen, gg overlangs ovale kernen der tunica advenlilia.

Fig. 10. Eene slagader uit de pia mater, welker rok van overlangsche vezelen dwars doorgesneden is, met azijnzuur behandeld: aa ïok van overlangsche vezelen, bb rok van kringswijze vezelen, cc cc kern vezels vart den overlangscheii vezelrok, dd zeer verlengde, gedeeltelijk tot vezels verbondene kernen van den kringswijzen vezelïok, eee schijnbare doorsneden dezer laatste; 148 maal verdroot Oc. I, Obj. 3, 4, 5. ö

Sluiten