Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige voorwerpen, koorts, een acuut of subacuut beloop, in hevige aanvallen van verstikking noodig worden. Heeft men rede eenen kwaadsappigeu oorsprong te vermoeden, dan moet deze verwijderd worden. De ophooping van uitgezweete stof in de luchtwegen vereischt de aanwending van braakmiddelen, en dikwijls is niets geschikter, dan derzelver herhaald gebruik in verband met blaartrekkende pleisters, fontanellen, haarsnoeren op de borst, die men lang in ettering houdt, om de neiging tot uitzweeting duurzaam weg te nemen. Soms moet de aanwending van braakmiddelen voorafgegaan worden door middelen, waardoor het vasthangend zamengroeisel wordt losgemaakt; hiertoe passen inademingen van warme dampen, verzachtende middelen, kleine giften van spiesglansbereidingen, squilla enz. Gelukt het op deze wijze niet, de stolbare uitzweeting te doen ophouden, dan trachte men de levenskracht van het slijmvlies door het inwendig'gebruik van balsamische zelfstandigheden, van tolu-balsem, copaiva-balsem, myrrhe, ammoniakgom om te stemmen, of de bloedmenging door het gebruik van kwik, van loogzouten (kalkwater, bijtende potasch, door Warren aangeraden) te veranderen. Een gewigtig bijkomend vereischte van de kuur is, zorg voor gestadige huiduitwaseming door het dragen van wol, flanel op het bloote lijf, vermijding van de koude lucht en van alle inspanning van de stem.

TYPHEUSE STROTTENHOOFDSONTSTEKING (LA.RYNGOTYPHUS).

Seitz, in mei. Correspond. Elatt bayr. Acrzte , 1841. Nr. 28—31. — Pu. J. v. Molo, üb.

Epidemien im Allgemeinen etc. ctc. Regensburg 1841; S. 216. — Rokitansky 1. c. Bd.

3. S. 26.

§ 228. Het postvatten van het typhusproces in het strottenhoofd schijnt eerst in den laatsten tijd te zijn waargenomen. Rokitassky vermeldt het als een in sommige epidemien veel voorkomend en ongunstig verschijnsel. Verscheidene gevallen van dezen aard, zijn in de slijmkoortsepidemie van het jaar 1840—1841 te München waargenomen.

$ 229. De typheuse strottenhoofdsontsteking verkondigt zich in een later tijdperk van het typhusproces, nadat het 14—21 dagen geduurd heeft, en vaak eerst, nadat het herstellingstijdperk reeds begonnen isl, door duidelijke verschijnselen, net is waarschijnlijk, dal zich, op gelijke wijze als de tuberkelstof, een eigenaardig, ziekelijk voortbrengsel in de weefsels van het strottenhoofd nederzet en de ontsteking opwekl. De vorm , waaronder het plaatselijk lijden verschijnt, is echter, de eigenaardige oorsprong van den vochtstilstand, en de neiging van deszelfs voortbrengselen tot verwoesting der weefsels daargelaten, geen andere dan die van strottenhoofdsontsteking , weshalve dan ook de plaatselijke verschijnselen met die van strottenhoofdsontsteking overeenkomen; men neemt in deze gevallen hoest waar, die langzamerhand toeneemt en eindelijk eenen metaalklank aanneemt; de stem wordt heesch, kraaijend en gaat weg; de ademhaling is moeijelijk, fluitend, er voegen zich aanvallen van verstikking bij , de zieken klagen over pijn bij het aanraken van den hals, het slikken wordt moeijelijk of onmogelijk; somtijds werpen de zieken eenen bruinrooden, stinkenden etter uit en de adem riekt even zoo. De zieken sterven óf, zoo als meestal het geval is, in eenen aanval

Sluiten