Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 271. Of zij wenden drooge poeders aan, die óf in het strottenhoofd geblazen, óf door de zieken met de inademing ingebragt worden, en bedienen zich daartoe van zuivere suiker, bismutli of van een mengsel van calomel met 12 deelen , van aluin met 2 deelen , van roode praecipitaat, zinkof kopervitriool met 36, van loodsuiker met 7, van helschen steen met 72 deelen suiker, naar den graad van de aandoening van het strottenhoofd; de stofFen moeten tot zeer fijn poeder gebragt zijn (1). Wij zijn van gevoelen , dat de op deze wijze aangewende vloeibare en poedervormige stofFen meest slechts in eene geringe hoeveelheid, of in het geheel niet in de luchtwegen komen, dat veeleer hunne werking zich bij voorkeur tot het slijmvlies van de keelengte bepaalt, en doordien dit daardoor in eenen toestand van vermeerderde vaatwerkzaamheid gebragt wordt, de prikkeling zich ook verder dan de gecauteriseerde deelen tot de naburige weefsels, en dus ook tot het strottenhoofd, moet uitstrekken. De werking dezer bijtende middelen schijnt dus slechts in graad te verschillen van de werking van prikkelende en zamentrekkende gorgeldranken, b. v. van den door Bekhati aangeprezenen gorgeldrank met aluin (3^3 tot 3j aluin op §j water) of van eene dergelijke oplossing van zink- of kopervitriool, salpeterzuur zilver, enz. Eindelijk moet hier nog de onmiddellijke branding van het zwerend slijmvlies, na het voorafgaan van de strottenhoofds- of luchtpijpssnede, vermeld worden. De luchtpijpssnede is dan aangewezen, wanneer een hooge graad van belemmerde ademhaling, dikwijls terugkeerende verstikkingsaanvallen, een fluitende toon van de ademhaling de voortgaande vernaauwing der strottenhoofdsholte door infiltratie of vochtstilstand aanduiden; Albers raadt haar zelfs voor een vroeger tijdperk aan, met de bedoeling, om door de aan het zieke deel gegunde rust hetzelve in den geschiktsten toestand ter genezing te brengen. Volgens de ondervinding van anderen zou intusschen door deze kunstbewerking wel de ademhaling verligt, maar het ophoesten moeijelijk gemaakt worden.

fijnen regen en niet in eenen vollen straal ontlast worde. Wanneer nu het einde van de buis tot voorbij het strotklepje gebragt is , stoot men den stempel in , en de vloeistof komt aldus gelijktijdig in het strottenhoofd en in het bovenste gedeelte van den slokdarm. De zieke wordt hierbij gemeenlijk door stuipachtig hoesten en pogingen tot braken aangetast, waardoor hij de vloeistof, die zich niet met de weefsels verbonden heeft, uitwerpt. Men laat nu een paar monden vol water met zout toedrinken, om de geringe hoeveelheid van het bijtmiddel, die misschien in den slokdarm is blijven hangen en mogelijk zon ingeslikt worden , te ontleden.

Men moet deze cauterisatie zelf verrigt hebben, om zich van hare onschadelijkheid en de geringe pijn, die zij veroorzaakt, een denkbeeld te kunnen maken* Zoo pijnlijk als zij op de huid is, zoo onpijnlijk is zij in het strottenhoofd en in de keel."

( I) Trocsseau en Belloc prijzen daartoe de volgende manier aan : »In het eene einde van een eenvoudig buisje, dat 8—10 duim lang is en 2 lijnen in de inwendige doorsnede houdt, brengt men 4 grein van het poeder, het andere einde neemt de zieke zoo ver mogelijk in den mond. Na eene diepe uitademing wordt de mond vast gesloten en dan ademt de lijder spoedig in. De luchtzuil, die door de buis s!roomt., drijft op deze wijze het poeder in het strottenhoofd en het bovenste gedeelte der luchtpyp. Den hierdoor ontstaanden hoest moet de zieke zoo veel mogelijk onderdrukken, om het poeder lang met de zieke deelen in aanraking te houden. Naar gelang van den toestand des strottenhoofds; de hoedanigheid van het aangewend poeder en de wijze , waarop deze behandeling verdragen wordt. laat men deze inademingen dagelijks meer of mindrr herhalen."

Sluiten