Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

emphysema der longen voor te komen. Alleen wanneer de zieke vrij van alle toevallen is en men de zitplaats van het vreemde ligchaam niet kan ontdekken , is het geoorloofd, haar tot een gunstiger tijdperk, waarin de liggingsverandering het mogelijk maakt, om het uit te halen, uit te stellen.

- De door deszelfs prikkeling ontstaande toevallen, moeten inmiddels door bloedontlastingen , verzachtende en narcotische middelen bedaard worden. Heeft het vreemde ligchaam lang in de luchtwegen gelegen en aldaar ettering verwekt, dan laat men den zieke na de uitdrijving van hetzelve, melk met Selterswater, wei en derg. gebruiken.

Aanhangsel tot de ziekten van het strottenhoofd en van de

luchtpijp.

ONTSTEKING VAN DE SCHILDKLIER (THYREOIDEITIS) EN ONTSTEKING VAN DEN KROP (STRUMA INFLAMMATORIA).

J. Fraxk, Praecepta etc. etc. Part. II. Tol. II. Sect. I. p. 222. — HSpedej , D. sist. ani-

madversiones de afFectionib. inflammatoriis glandalae thyreoid. Heidelb. 1823. J. G. H.

Consadi } Commentatio de cynanche thyreoïdea ac struma inilammatoria. GömxG. 1824.

Ontleedkundige kenmerken,

§ 333. De ontsteking kan óf de gezonde, óf de h jpertrophische schildklier aantasten. Het eigen weefsel van het zieke deel is sterk opgezet met bloed, is bruinrood of vuilgrijs, verweekt, murw, wrijfbaar. Bij den uitgang in ettering treft men verstrooide, kleinere etterverzamelingen in de zelfstandigheid der klier aan ol deze is door en door met etter doortrokken.

Verschijnselen.

§ 334. De schildklier is de zitplaats van eene zweUing, over welke de huidbekleedselen slechts somwijlen rood zijn; de snel toenemende en op de geringste aanraking pijnlijke zwelling, breidt zich gelijkmatig over de beide zijden van den hals uit, of is knobbelachtig, en neemt slechts de eene of de andere kwab van dit deel in. Eene hevige, spannende pijn strekt zich gewoonlijk van het gezwel naar beide zijden van den hals, naar de ooren en bovenwaarts naar het hoofd uit; daarbij is het gelaat opgezwollens de halsaderen kloppen levendig, de oogen zijn opgespoten; de ademhaling is moeijelijk, de spraak neemt somwijlen eenen heeschen, ronkenden klank aan, het slikken is gedeeltelijk verhinderd; de plaatselijke verschijnselen zijn van synochale koorts, hoofdpijn, suizen in de ooren, slapelcosheid vergezeld.

Oorzaken.

§ 335. De schildklierontsteking ontstaat meest ten gevolge van uitwendige beleedigingen, door gewelddadigheid, hevig knijpen van den hals, of door verkouding. J. Framk nam haar waar ten tijde, dat ook oorklierontsteking epidemisch voorkwam. In een door Weitenweber verhaald geval ontstond

Sluiten