Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

percussie. De matheid van den toon neemt in dezelfde evenredigheid toe, als de verandering van het weefsel der longen, wordt vaak eerst op den 2den en 3den dag regt duidelijk en verdwijnt weder in dezelfde verhouding.

Zoo moet ook, wanneer de percussie eene duidelijke uitkomst zal opleveren, de verandering vooral het uitmiddelpuntig, peripherisch gedeelte van de long hebben aangetast. Maar dikwijls zijn ziekelijke veranderingen van de centrale deelen van dit ingewand , enkele kleine ontstekingskernen (centrale, lobulaire longontsteking) aanwezig, omtrent wier bestaan de percussie geen uitsluitsel geeft, zoolang de aandoening zich niet ook over het grooter en peripherisch gedeelte van de long uitbreidt. Om eenen maatstaf voor de hoedanigheid van den percussietoon te hebben, vergelijkt men de dof weergalmende plaatsen met de helder klinkende; hierbij moet men in het oog houden, dat bij dubbele longontsteking de toon aan beide zijden gelijkmatig dof is.

Daar de longontsteking zich vaak in de onderste gedeelten van de borst zetelt, en hier de longentoon aan den lever- en milttoon grenst, moet men altijd aan de dwaling indachtig zijn, die door het naar boven dringen of de vergrooting van lever en milt kan ontstaan.

$ 358. b) Tuberkelzucht der long. Vrij karakteristiek daarvoor is de doffe percussietoon, wanneer hij zijne zitplaats in de streek onder het sleutelbeen (overeenkomende met den hoofdzetel van tuberculeuse stofnederlegging) heeft. Maar dikwijls genoeg ontbreekt dit teeken, dat in alle gevallen van hooge waarde is voor de herkenning van het eerste tijdperk van tuberkelzucht der longen. De tuberculeuse verstopping maakt later voor de uitholling, de dolle klank dus voor eenen helderen plaats. Maar dan komen ook andere karakteristieke teekenen (weergalming ven de ademhaling, van de stem, van het hoesten) op, en dan is de helder klinkende holte rondom door dof klinkende verdigting van het longenweefsel omgeven. Ligt de holte zeer oppervlakkig, is zij slechts met dunne wanden bedekt, of weergalmen de verbeende ribbekraakbeenderen goed, dan neemt men bij het kloppen op de met de holte overeenkomende plek eene soort van sidderen, van metaalachtig klinken waar, even alsof men tegen eenen gescheurden pot aanklopt.

Maar de percussietoon kan ook bij tuberkels der longen volkomen natuurlijk blijven; wanneer deze door gezond longenweefsel ingesloten zijn, wanneer de longen aan emphysema lijden, wanneer er pneumothorax voorhanden is.

§ 359. c) Uitstortingen in het borstvlies. Reeds door eene geringe uitzweeting binnen in de borstvliesholte wordt de heldere klank der borstwanden aanmerkelijk verminderd. De matte toon klimt met het toenemen der uitstorting van beneden naar boven. Zelden verdwijnt de heldere toon aan den wortel der longen, achter en boven ter zijde van de wervelkolom. Bij het verdwijnen der uitstorting komt de heldere toon langzamerhand van boven naar beneden voortgaande terug. Aangroeijingen van het borstvlies kunnen den percussietoon dof maken, zonder dat het longenweefsel veranderd is.

§ 359 a. B) De percussietoon in de longenstreek kan helderder klinken dan in den natuurlijken toestand. Deze tympanitische percussietoon duidt met zekerheid tweederlei toestanden aan: of

Sluiten