Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bedrijf vau de uitdrijving ; ophoesten. De hoest is of zonder fluimen, droo<> of met fluimen gepaard , vochtig.

§ 417. De fluim is het voortbrengsel van de afscheiding in de luchtbuizen der binnen in dezelve uitgestorte, nieuw gevormde vloeistoflen. Fluimen en hoest zijn meest zoo met elkander verbonden, dat een afzonderlijk onderzoek dezer beide verschijnselen kwalijk mogelijk en gangbaar is.

§ 418. Terugwerkingshoest is alleen mogelijk, zoolang de leiding van de opwekking der gevoelige ademhalingszenuwen naar de middelpuntsstrengen des ruggemergs en der hersenen niet afgebroken is. Wanneer na de doorsnijding van de zwervende zenuw bij een dier door prikkeling der luchtpijp geen hoest meer kan verwekt worden (Krijier's en Braciiet's proeven), wordt daardoor niet zoo zeer bewezen, dat de hoest van de zwervende zenuw af. hangt, als wel, dat de leiding van den prikkel op de ademhalingsvlakte naar de middeJpuntsdeelen des zenuwstelsels afgebroken is. Onmiddellijke prikkeling der beweegzenuwen zal ook hier nog de voor den hoest noodzakelijke bewegingen kunnen voortbrengen.

§ 419. De hoest verschilt in zijn voorkomen :

1) ten opzigte van den klank; hij kan diep en galmend, fijn en hoon, helder, vochtig en reutelend, kraaijend, fluitend zijn.

Deze hoedanigheid van den klank van het hoesten hangt af:

o) van de vrijheid en toegankelijkheid, of van de vernaauwing (door kramp, uitzweeting) van het strottenhoofd en de stemspleet. De stemspleet, die reeds bij de natuurlijke ademhaling vernaauwd wordt, kan dit nog in veel hoogeren graad worden door den hevigen prikkel van plotselinge hoestende uitademing, en zoo ontstaat de klank van den hoest in het strottenhoofd. olgen deze de vernaauwing bewerkende spierwerkingen snel, stuipachtig op elkander, dan ontstaat daardoor de eigenaardige hoest met verscheidene op elkander volgende stooten (zoo als bij den kinkhoest), doordat de uitademing door de krampachtige zamentrekking der stemspleet gedurig wordt afgebroken (1). De hoest klinkt diep, hol, wanneer het strottenhoofd en de stemspleet vrij en open zijn, fijn, hoog, fluitend, kraaijend, blafFend bij vernaauwing des strottenhoofds en der stemspleet, hoe raauwer deze laatste soort van hoestklank is, des te meer is de oorzaak daarvan in oneffenheid van het door uitzweeting vernaauwd strottenhoofd te zoeken.

b) Van de aan- of afwezigheid van vloeibare stoffen binnen de luchtcellen de luchtbuizen en het strottenhoofd; deze verzamelingen geven aan den hoest een vochtig , reutelend, haar ontbreken een droog, helder .klinkend karakter.

^ -i20. Men heeft in den klank van den hoest de oorzaak van den hoestprikkel willen herkennen ; eenen diepen galmenden hoest noemde men dan ook luchtpijpshoest, den fluitenden , hoogen of kraaijenden noemde men strottenhoofdshoest. Deze onderscheiding is niet volkomen gegrond. Bij kinderen kan b. v. ook catarrhale luchtpijpsaandoening met sympathische kramp der stemspleet gepaard gaan en daardoor kan de hoest eenen fluitenden toon aan. nemen (laryngismus stridulus), zonder dat het strottenhoofd zelf de zitplaats der ziekte is, daaruit ontstaat de dwaling van vele geneesheeren, die in elken hoest van dien aard (schaapshoest) croup meenen te herkennen.

(1) Tiieile in Scumidt's Encyclop. I. p, 210.

Sluiten