Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgescheiden wordt, overeenstemmend, in speeksel zwemmend uitgeworpen. Deze gevormde gedaante is het kenmerk van spüta cocta. Maar ook in te knobbellongtering komen somwijlen ronde, duidelijk gevormde fluimen voor, door de Franschen crachats nummulaires genaamd; deze zijn soms vervloeide tuberkels, die zich van de gevormde fluimen der acute luchtbuisontsteking daardoor onderscheiden, dat zij niet kogelrond zijn, maar m zeer kleine plekken uiteenvloeijen; deze crachats nummulaires zijn geenszins liet uitsluiten eigendom van longtering, maar komen ook bij slepende luchtbuisz.ekten voor.

K 442. De reuk der fluimen kan ook van waarde zijn voor de herkenning en voorspelling. Meestal zijn de fluimen reukeloos, maar somwykn verspreiden zij eenen ondragelijken stank. Deze stinkende hoedanighe.d der fluimen komt voornamelijk in gevallen van koudvuur der longen, van verwijding der luchtbuizen (waarschijnlijk ten gevolge van het lang verblijven van het slijm in deszelfs zakken), van etterborst, waarbij de longen doorbooid zijn, va sphaceleus gewordene tuberkelholten voor. Somwijlen is het slechts de bijmenging van een door de slijmgroeven der hypertrophische amandelen afgescheiden, stinkend slijm, van kwikkwijling, tandverzwenng, ozaena , waardoor de fluimen zeer stinkend worden. In die gevallen waar zich eene fiste uit het borstvlies in de luchtbuizen gevormd heeft, zouden de fluimen eenen knoflook- , in de luchtpijpsontsteking en in zich verdeelende longontstekingen eenen zaadlucht ontwikkelen. . i .•

K 443. De smaal der fluimen is meest laf, soms zoetachtig, z0»tacllt'S' bitter, walgelijk. Dikwijls deelt zich aan de niet smakende fluimen de smaak van afscheidingen in de mondholte, van het beslag der tong mede. M moet zich wachten om de in den mond nablijvende smaakwaarneiningen van geneesmiddelen, enz. niet aan de fluimen te wijten. Zoutachtig smaakt soms de catarrhale fluim in het eerste tijdperk van luchtbuisontsteking, en die van teringlijders; zoetachtig de bloedige fluim van de bloedspuwing, en dikwij s he ft de zieke dezen bloedsmaak reeds in den mond voordat het bloed nog „et de smaak tepeltjes in aanraking is gekomen. Ook kan de ter.ngflu.m eenen zoetachtigen smaak hebben, en het schijnt gelijk Siao* s jongste^onderzoekingen leeren, dat er werkelijk suiker in denzelven scheikundig aan-

toonbaar 1S- ( ) ^ warmtegraad der fluimen, dadelijk nadat zij opgehoest Zün, heeft men nog volstrekt geene onderzoekingen verngt, ofschoon h.er oJk no- wel menige belangrijke uitkomst van te wachten zijn zoude. Men ziet het alleen als een zeer ongunstig teeken aan, wanneer de fluimen reeds

voor het gevoel der lijders koud zijn. _ „ f

% 445. De fluimen zijn niet altijd een gelijkvormig vocht of stof, m bestaan vaak uit reeds op het oog verschillende werktuigelijk met elkander oemengde deelen. In het doorschijnend speeksel en mondslijm z.jn de bo Les, de plekken van ettervormig luchtbuisslijm of etter uit eene holte zwevend, en vormen dan, wanneer zij zakken, een bezinksel. Dikwijls vindt men in de fluimen witte, taaije, draderige strepen, of witte, gele brokjes, op rijst- of sagokorrels gelijkend, of kaasachtige deeltjes. Het is zeer moeijelijk uit het enkel uitzien den oorsprong dezer deelen te bepalen, de geneesheeren willen vaak al te overijld brokstukken van tuberkels daarin her-

(1) Hcfeiands Jonrnal 1841, Nov. S. 13.

Sluiten