Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziekte neemt men noch koorts, noch vermagering waar; maar in de hoogere graden nemen de krachten des lijders af, hij verliest zijne ligchamelijke gevuldheid, wordt kwaadsappig en waterzuchtig. In dezen toestand kan men slechts door de natuurkundige teekenen het onderscheid van ware longtering herkennen, en zelfs met behulp van deze wijze 'van onderzoek hiedt de herkenning toch nog somtijds onoverkomelijke zwarigheden aan.

§ 483. Een hoogst gewigtig teeken van de cirrhosis pulmonum is het inzakken van de borstwanden aan de zieke zijde en de verplaatsing van het hart en van de gezonde long naar deze helft der borst. De zieke zijde geeft, uit hoofde van het vaster longweefsel, eenen eenigzins dofferen percussieklank. Dikwijls hoort men over de geheele zieke- zijde duidelijke luchtbuisstem, luchtbuishoest en slijmreutelen met groote bellen verspreid. Volgens Skoda levert de rolronde vorm van luchtbuisverwijding, zoo lang het omringend weefsel nog lucht bevat, voor de auscultatie geene andere teekenen , dan de luchtbuisverkoudheid op. Bij zakvormige verwijding hoort men het droog, knetterend reutelen of kraken met groote bellen, en bij eene kleine inmondende opening in eene groote holte wordt dit kraken nog door een sterk sissen voorafgegaan; strekt zich de tot eenen zak verwijde luchtbuis tot aan de oppervlakte der long uit, dan vereenigt zich met dit knarsen nog een pleuritisch wrijvingsgeluid.

Herkenning.

§ 484. De luchtbuisverwijding is inzonderheid in die gevallen, waar rijkelijke fluimen, sterke luchtbuisstem, caverneus slijmreutelen, vermagering en koorts voorhanden zijn, zeer ligt te verwisselen met longtering. Onderscheidend voor de luchtbuisverwijding is de voorafgegane toestand, het ontbreken van den teringachtigen habitus, de verbreiding van de luchtbuisstem welke men somwijlen in de geheele borsthelft en bij voorkeur in de onderste streek van de borstkas, onder het schouderblad, hoort; het ontbreken van den doffen percussieklank in de omperking van de plaats, waar de luchtbuisstem hoorbaar is (een karakteristiek teeken voor tuberkelholten wier omgevend longweefsel meer of minder in eene zekere uitgebreidheid met tuberkelstof doordrongen is en die dus dof klinken); de inzakking der zieke borsthelft, het langzaam beloop der ziekte, de in evenredigheid van de uitbreiding der luchtbuisstem geringe graad van koorts en vermagering, dus tegenspraak tusschen de teekenen uit het gestel en uit de percussie en auscultatie. Bij aandoening van de regter long is de verschuiving van het hart naar de regter zijde een vrij zeker diagnostisch kenteeken.

§ 485 Men zoude zich geneigd kunnen voelen, om uit hoofde van de ongelijke welving der beide borsthelften te gelooven, dat de sterker gewelfde en bij percussie helderder klinkende zijde de zitplaats van pneumothorax is. Door de auscultatie overtuigt men zich echter spoedig, dat het ademhalingsgeruisch der gewelfde helft natuurlijk, zelfs sterker dan in den natuurlijken toestand, en er derhalve geene uitstorting aanwezig is.

Oorzaken.

K 485. De luchtbuisverwijding ontwikkelt zich meest zeer langzaam en bereikt slechts zelden zulk eenen hoogen graad, dat zij op zichzelve ernstige stoornissen van de ademhaling te weeg brengt. Gemeenlijk is zij eene op-

Sluiten