Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwaken ot na eenen aanval van aamborstigheid uitwerpt. In de slepende slijmvloeijing der luchtbuizen kan dikwijls in de rijkelijke fluimen de aanwezigheid van eiwit (1) (mogelijk ook van suiker) aangetoond worden. De fluimen in luchtbuisontsteking zouden, volgens Naucue, loogzoutig, in andere gevallen zuur reageren.

^ 513. Als klinisch onderscheidbare vormen van den vochtstilstand in de luchtbuizen gelooven wij, op waarnemingen bouwende, de volgende soorten te mogen aannemen, omtrent welke echter dadelijk moet opgemerkt worden, dat zij deels in veelsoortige schakeringen in elkander overgaan, deels zich op velerlei wijzen en veelvuldig met elkander verbinden.

1) EENVOUDIGE LUCHTBIJISVERKOUDHEID, ERETIIISCHE OF ZINKINGACHTIGE LUCHTBUISVERKOUDHEID, CATARRHUS PULMONUM.

^ 514. Het slijmvlies der luchtbuizen gedraagt zich in de eenvoudige Iuchtbuisverkoudheid even als het bindvlies in de ligte graden van bindvliesontsteking; opspuiting en bloedovervulling zijn slechts zeer oppervlakkig; vermeerderde roodheid en afscheiding zonder of met geringe zwelling des weefsels; de ziekte heeft hare zitplaats in de groote luchtbuisstammen, de fijnere luchtbuisvertakkingen blijven vrij.

§ 515. De eenvoudige Iuchtbuisverkoudheid begint meest met toevallen van verkoudheid in den neus , in den strot en in de keel. Spoedig daalt de ziekte naar beneden in de luchtpijp en de groote luchtbuizen af, en hiermede houden vaak de toevallen op het slijmvlies van den neus en van de keel op. De zieken ondervinden eene tot hoest prikkelende kitteling of een gevoel van raauwheid vlak onder het borstbeen ; men hoort in de borst een verschillend sterk brommen, sissen of fluiten. In het begin afscheiding en uitwerping van een zoutachtig smakend, doorschijnend, taai, schuimachtig slijm, dat van lieverlede dikker, ondoorschijnender, parelkleurig, groenachtig of geelachtig, op het neusslijm in het eindtijdperk van verkoudheid gelijkend wordt, en zich alsdan ligt van de borst losmaakt. Er bestaat geene ademhalingsbelemmering. Dikwijls openbaart zich in het begin algemeen koortsig lijden door matheid, lusteloosheid, spierpijn in de ledematen , gebrek aan eetlust, afwisselende huiveringen, hitte, vermeerderden dorst, niet zelden zijn ook andere slijmvliezen, dan die der luchtbuizen, zoo als die van de maag, van de darmen en van de blaas, door dezelfde aandoeningen aangetast; en dit noemt men dan zinkingkoorts. In andere gevallen is de algemeene terugwerking zoo onaanzienlijk, dat zij door den lijder volstrekt niet geteld wordt. De koorts beslist zich door het vochtig worden der huid, bezinksel in de pis, en niet zelden doorloop.

2) ACUTE LUCHTBUISONTSTEKING, BRONCHITIS ACUTA, BRONCHITIS STHENICA OF SYNOCHA^IS.

§ 516. In de acute luchtbuisontsteking is de zwelling van het slijmvlies en van het onderslijmvliesweefsel der grootere luchtbuizen het voornaam ontleedkundig kenteeken; deze toestand der deelen laat zich met cheinosis van het oog vergelijken.

(1) Zie de waarnemingen van Ahdral , Cliniqne méJie. Bruxell. Tom. I. p. 192.

Sluiten