Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king vertoonen; en dat op dien teederen leeftijd, deze beide ziekten, die toch veelvuldig in elkander overgaan en gemengde vormen uitmaken, zich gedurende het leven niet haarfijn laten onderscheiden, is te begrijpen. Crüse vond in de lijken roodfieid, verdikking van het slijmvlies der luchtbuizen, vulling der luchtbuistakken met slijmig, etterachtig, schuimend, vaak eenigzins bloederig, taai en doorschijnend vocht, waarin zich meer of minder korrelige, lapvormige klompjes, dikwijls ook hier en daar gestolde, polypeuse massas lieten vinden; de ontstekingsroodheid meest slechts tot eene long, dikwijls slechts tot eene kwab beperkt. Seifert beschrijft verscheidene graden van verandering des longweefsels van enkele bloedovervulling van hetzelve tot aan verharding en korrelig worden des weefsels, waarbij dan de doorsneêvlakte, waaruit zich slechts zwart, dik bloed zonder eenige luchtblaasjes laat uitdrukken, donker kersrood is (1). Zeldzaam heeft er ettervorming plaats en altijd slechts in eene zeer beperkte uitgebreidheid, in den vorm van kleine abcessen, die zich op de oppervlakte der longen verheffen. Krwiscn vond hepatisatie, verweeking en abscesvorming; telken reize ook meer of minder aanzienlijke pleuritische uitzweeting; luchtbuisontsteking slechts zelden. Volgens Rokitansky is het korrelig maaksel der gehepatiseerde long bij kinderen meest slechts zeer onduidelijk uitgedrukt, de uitgang in abcessen menigvuldiger. Volgens Savatier en Küttner lijdt vaker de regter dan de linker long. Meest neemt de ontsteking het achterste gedeelte der long in ; het voorste gedeelte is volgens Küttner meest opmerkelijk bleek en bloedledig en somwijlen emphysemateus. Kiwiscn vond meestal slechts eene long aangetast. Somwijlen aangroeijingen van het borstvlies, uitstortingen in de borstvliesholte, in het hartezakje , vaatovervulling en weiuitstorting in den schedel; vaker dan bij volwassenen laat de longontsteking bij kinderen de kenmerken der zoogenoemde lobulaire ontsteking, verharde violette of geelachtige longkernen ter grootte van eene erwt tot eene noot na, in wier omtrek de longzelfstandigheid violet is , en wier ontstaan Berge ook van bronchitis capillaris afleidt, eene meening, die door anderen echter wordt tegensproken.

Verschijnselen.

§ 586. Wij volgen in de beschrijving der bronchiopneumonia infantum de voortreffelijke afschilderingen van Seifert en Crcse :

Nooit verschijnt de ziekte volgens Seifert plotseling als een ontstekingachtig lijden, maar zij ontwikkelt zich altijd eerst uit een zinkingachtig

(1) Seifert's beschrijving van de veranderingen der longen mag, naar Hasse meent, slechts met omzigtigheid aangenomen worden, omdat ook hij, even als zoo veel anderen , de atelectasis pulinonum , eene van de longontsteking verschillende ontwikkelingsbelemmering der longen over het hoofd gezien en met longontsteking schijnt verwisseld te hebben. In een geval van longontsteking bij een kind van 9 maanden, waarbij de ziekte zich 28 dagen gerekt had, was het achterste gedeelte van beide longen kerngewijs rood gehepatiseerd (pneumonia lohularis); het middelste en voorste gedeelte van een bleekrood aanzien, knetterde niet, was dik, zonk in het water, liet bij drukking juist geen etter uitvloeijen , maar vertoonde onder het microscoop talrijke etlerbolletjcs met vele zwarte punten. Was dit een geringere of hoogcre graad van vochtstilstand, dan in de rood gehepatiseerde plaatsen."

Sluiten