Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begin van den met doordringender weefselverandering gepaarden , eigenlijk ontstekingachtigen vochtstiïstand der longen, zijn zoo onmerkbaar , dat eene scheiding dezer beide toestanden moeijelijk wordt en voor de praktijk ook ten deele onbelangrijk is. Het zoogenoemd engouement, engorgement der Franschen staat, zoolang er nog geene voortbrengselen gevormd zijn, nog altijd op de grenzen van de eenvoudige bloedovervulling. Uit de bloedovervulling der longen moet zich nu niet altijd en noodzakelijk bij het voortgaan der ziekte longontsteking ontwikkelen; zij is evenzeer het eerste beginsel van longberoerte, van bloedspuwing, van acute zuchtige zwelling der longen, van splenisatie. Ontleedkundig kenmerkt de bloedovervulling der long zich door sterkere donkerroode kleur van het geheel, met bloed gevuld, losser geworden longweefsel, dat bij het insnijden eene groote hoeveelheid vloeibaar bloed uitstort, maar overal knettert en op het water zwemt.

§ 601. De bloedovervulling der longen kan haar ontstaan aan activen aandrang des bloeds naar dit deel (bloedophooping in de longen), of aan passiven, werktuigelijken bloedstilstand, of eindelijk aan veranderingen in de lijken te danken hebben. Passive ^n werktuigelijke bloedovervulling gaat gewoonlijk niet zoo snel voorbij als active bloedophooping, en gaat dus ligt verder voort tot andere ontaardingen, tot zoogenaamde splenisatie of tot hepatisatie, ettering, sphaceleuse ontbinding. De passive hyperaemie komt ten gevolge van langdurige en met krachtverlies verbondene ziekelijke toestanden , van typheuse koortsen, bij oude lieden voor, die lang genoodzaakt zijn op den rug te liggen en maakt den eersten graad van den door Piorry onder den naam van hypostatische longontsteking beschrevenen toestand uit. De werktuigelijke vochtstiïstand in de longen is de gezel van organische hartziekten, en volgens Rokita>sky geeft daarna eene overmatige digtheid van het longweefsel zelf aanleiding daartoe. De hoedanigheid des het longweefsel opvullenden bloeds en de graad van levenskracht des weefsels veroorzaken gewigtige wijzigingen in de uitwendige kenmerken der bloedovervulling ; een ontbonden of tot ontbinding geneigd bloed veroorzaakt wankleurigheid , aan verweeking grenzende loswording der gehepatiseerde long.

§ 602. De door passive en lijkenbloedovervulling veroorzaakte veranderingen hebben voornamelijk in de lager afhangende achterste en onderste gedeelten der long hare zitplaats, en kunnen dus ligt met elkander verwisseld worden. Onderscheidend is de hoedanigheid van het vocht, dat hier en ginds de opvulling vormt; in de gedurende het leven tot stand gekomene bloedovervulling is het werkelijk bloed en dit schijnt naauw met het weefsel ineen gesmolten te zijn; het weefsel laat zich door wasschen en drukken niet tot zijnen natuurlijken toestand terug brengen; in den vochtstiïstand van het lijk heeft zich enkel bloederige wankleurige wei van de vezelstof des bloeds afgescheiden, zij doordringt de laaggelegene deelen der long, neemt van lieverlede van beneden naar boven af en laat zich door matige drukking volledig verwijderen; in het eerste geval vindt men op enkele plekken somtijds ook reeds verder gevorderde veranderingen , overgang in een miltachtig weefsel, hepatisatiekernen , in de bloedovervulling der lijken vindt niets dergelijks plaats ; dikwijls is het borstvlies geheel op dezelfde wijze met bloederige wei doortrokken als de long; eindelijk zijn in de bloedovervulling der lijken de luchtbuizen nooit zoo rood, deze bevatten geen bloederig slijm of

' 15 *

Sluiten