Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen gelijke gevallen verhaalt Portal (1). Valsaiva , Morgagni , Fr. Hoffjlann , Sarconme, Pringle, Hailer , Stoll, Reil hebben dergelijke waarnemingen gedaan. Omgekeerd komt het voor, dat het borstvlies aangetast is, zonder dat de zieken over stekende pijn klagen. Als einduitkomst vinden wij dus, dat wel in de meeste gevallen, waar stekende pijn de longontsteking begeleidt, eene medelijdenheid van het borstvlies waarschijnlijk, maar dat dit steken volstrekt geen pathognomonisch en stellig teeken van pleuris is, dat veeleer in eenvoudige longontsteking de stekende pijn voorkomen en in borstvlies-longontsteking ook ontbreken kan (2). Meestal neemt de stekende pijn de streek van de 6de of 7de rib of die der tepels in; rzij komt ook op andere plaatsen der borstkas voor, strekt zich soms tot in den rug, in den arm, en den oksel van de zieke zijde, in den bovenbuik uit, is in het begin der ziekte dikwijls niet vastzittend en wordt dit eerst in haar toenemen. Niet zelden verdwijnt de pijn in het beloop der longontsteking. Diep inademen, percussié, drukking op de tusschenribbige spieren, het liggen op de zieke zijde kunnen de pijn vermeerderen. Niet altijd komt na den dood de ontstokene streek der long overeen met de plaats, waar de zieke staande het leven het gevoel van pijn had — een verschijnsel, dat uit de reeds vaak vermelde wet van overplaatsing der gevoeligheid te verklaren is.

§ 640. 4) Belemmerde ademhaling. De belemmering in de ademhaling is een verschijnsel van veel waarde bij longontsteking, aangezien in de meeste gevallen de graad derzelve met de hevigheid en uitgebreidheid van het lijden der long overeenstemt (3). Wij spreken hier van de zich door kortheid, menigvuldigheid der ademhalingen, onvolkomene of opgehevene verheffing der borstkas zigtbaar openbarende belemmering in het ademen; met deze staat somwijlen het subjectief gevoel des lijdei-s in schijnbare tegenspraak, daar hij bij zigtbare belemmering der ademhaling beweert vrij

(1) Verg. Samml. auserles. Abh. Bd. XX. S. 39.

(2) Reil's verklaring van de reden, waarom longontsteking soms met pijn gepaard gaat en soms niet, verdient aan de vergetelheid onttrokken te worden. »Het komt mij voor," zegt Keil, »dat in de eerste soort (de zoogenoemde pleuris) enkel ontsteking der longen en vooral der luchtkanalen aanwezig is zonder uitzweeting; dat de tweede soort (onpijnlijke longontsteking) ontstaat, wanneer in het beloop der ontsteking nog eene sterke uitzweeting daarbij komt. De eerste soort vinden wij gemeenlijk in het begin der ziekte, als wanneer over het geheel bij alle ontstekingen de pijn het sterkst pleegt te zijn. Dc pijn neemt toe door het inademen , dat de ontstokene luchtkanalen uitzet en de lucht met hunne prikkelbare wanden in onmiddellijke aanraking brengt. Volgt er uitzweeting, dan worden daardoor de slijmvliezen bedekt, of de luchtkanalen worden geheel gevuld , zoodat er bij het inademen volstrekt geen lucht in dezelve kan dringen." (Fieberlehre, Bd. II. S. 186). ScuoSLEirr gaf in den laatsten lijd als zijn gevoelen op, dat de pijn in longontsteking van de bewegelijkheid van het aangetast gedeelte der long afhangt en daarmede in juiste evenredigheid staat; .daarom zou de ontsteking van de middelste kwab zeer pijnlijk, die van de bovenste of de onderste meestal onpijnlijk zijn (Klinische Yortragc ; herausgegeben von GüTEBEOCK, Berl. 1842. S. 121).

(3) In Bbiqcet's gevallen was de ademhaling bijna altijd versneld. Het middelbaar getal der inademingen bedroeg 50$ in de minuut, de beide uitersten 20 en 50. In het eerste tijdperk der longontsteking was de moeijelijkheid van het ademen grooter, dan daar waar eene vermenging van het eerste en tweede tijdperk plaats greep ; in het tweede tijdperk nam de menigvuldigheid van de ademhaling merkelijk toe en haar maximum bereikte zij in de doodelijk eindigende gevallen. Briquet's resultaten stemmen met die van Pelietak overeen.

Sluiten