Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene taaiheid, dat zij vast aan het vat hangen, en dit omgekeerd kan worden , zonder dat zij uitvloeijen, geschiedt de fluimlozing met zeer groote inspanning, dan zijn de fluimen schuimachtig. De menging van het slijm met bloed is altijd zeer naauwkeurig; het eerste is niet met bloed gestreept, gelijk bij luchtbuisontsteking. Ofschoon Wiiliams aanmerkt, dat deze fluimen ook bij bloedopboopingen naar de longen, die van organische hartziekten afhangen, en bij longenberoerte kunnen voorkomen, wordt daardoor aan de diagnostische waarde derzelve in de longontsteking niets te kort gedaan , omdat er altijd andere karakteristieke verschijnselen daarmede gepaard gaan. De taaiheid der fluimen staat vaak in eene juiste evenredigheid met den graad der ziekte; ging deze hare verdeeling te gemoet, en neemt nu de kleverigheid der fluimen weder toe, dan mag men zeker eene verergering van den vochtstilstand aannemen. Reeds de oude geneesheeren hielden de met bloed gemengde fluimen in het begin der longontsteking voor een gunstig teeken, en de nieuwere statistieke ondervinding heeft deze bewering grootendeels geregtvaardigd (1). Veel ongunstiger is het, wanneer de fluimen kleurloos zijn. Verdeeling der longontsteking openbaart zich daardoor, dat de kleverigheid en de menging met bloed in de fluimen afneemt, en dat deze ligter van de borst loslaten. Zeer vaak worden zij dikker, wit, geelachtig, eindelijk volmaakt catarrhaal, en nemen het karakter aan, waaraan de oude geneesheeren den naam van sputa cocta gaven. Men dwaalt echter zeer, zoo men gelooft, dat de verdeeling niet zonder deze sputa cocta (die meer het voortbrengsel van de medeaandoening van het luchtbuisslijmvlies zijn) geschieden kan, zij blijven vaak waterig doorschijnend, of kunnen zelfs geheel ontbreken. Even weinig zijn catarrhale fluimen een zeker teeken van verdeeling, zoo niet tevens alle andere verschijnselen zich in dezelfde mate verbeteren. Gaat de longontsteking niet de genezing te gemoet, dan vermindert zich gewoonlijk de fluimlozing, en kan eindelijk, hetzij door belette afscheiding in de luchtbuizen, hetzij door verzwakking van de uitdrijvende kracht dezer kanalen, volkomen onderdrukt worden; in de meeste gevallen is de verheffing der ontsteking de oorzaak van het stilstaan der fluimlozing. In het tijdperk van de grijze hepatisatie gelijken, volgens Asdral, de fluimen somtijds op eene dikke roodgekleurde gomoplossing of pruimenmoes, slechts in zeer zeldzame gevallen ontmoet men deze soort van fluimen ook reeds in het tijdperk der roode hepatisatie, en in ligtere longontstekingen; somwijlen wordt in dit tijdperk ook grijsachtige, reukelooze etter uitgeworpen, zonder dat er een absces bestaat; maar gewoonlijk ontbreekt alle fluimlozing, of deze bestaat uiteen weinig taai luchtbuisslijm ; eindelijk kunnen de fluimen nog dezelfde hoedanigheid hebben als in het tijdperk der roode hepatisatie. De zamenstelling dor longontsteking

(1) De door Briquet aangevoerde reeks van 64 zieken , wier fluimen met bloed gekleurd waren , bevatte bijna alle genezene gevallen. Bij 10 zieken waren de fluimen kleurloos : 4 daarvan leden aan ontsteking van de spits der long (Bocilla.ud en Grisolles hebben dit niet gevonden), 2 leden aan dubbele longontsteking van zulk eene uitgebreidheid , dat zij snel doodelijk eindigden ; 8 zieken gaven eindelijk volstrekt niets op. Yolgens Stokes treft men de roestkleurige fluimen voornamelijk bij acute longontstekingen van krachtige gestellen aan; van minder beteekenis is de hoedanigheid der fluimen bij longontsteking van zwakke lieden, van kinderen , en bij die, welke eene zamenstelling of een gevolg van koortsen zijn.

Sluiten