Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk het ademhalingsgeruisch zijne natuurlijke hoedanigheid nog niet heeft, mag de beterschap niet voor volledig gehouden worden. Het eenmaal ziek geweest longvveefsel blijft meestal prikkelbaar en instortingen zijn derhalve zeer menigvuldig.

$ 673. 2) Uitgang iti ettering. De oude geneesheeren, die hunne gevoelens meer op de beoordeeling van subjective verschijnselen, dan op de te dien tijde nog stiefmoederlijk behandelde ziektekundige ontleedkunde bouwden, namen aan, dat elke longontsteking, die langer dan een zekeren termijn (4, 8, 14 dagen) geduurd had en niet voor de ontstekingwerende behandeling was geweken, in abscesvonning overging. Hiermede staat nu de sinds Lae^rec onomstootelijk gewordene ondervinding, dat longabscessen na longontsteking tot de grootste zeldzaamheden behooren, in eene volkomene tegenspraak. Is daarom de geheele legr der ouden van den overgang der ontsteking in ettering onwaar? Geenszins; de ettering neemt slechts uit hoofde van het eigenaardig maaksel der longen hier veel vaker den vorm van infiltratie (grijze hepatisatie), dan dien van absces aan. Zelfs de vorming van gekookte fluimen en de afstooting van epithelium in de luchtbuizen is eene soort van ettering op de vrije slijmvliesvlakte. Dat deze overgang aan geen bepaalden tijd is gebonden, soms vroeger, soms later kan verschijnen, wist Stoli reeds (» Dantur peripneumoniae cito suppurantes; dantur, quae sero suppurant").

Verdeelt de longontsteking zich niet, dan gaat zij, wanneer de dood niet reeds vroeger door verstikking, verlamming plaats grijpt, in ettering over. De teekenen daarvan zijn: 1) die van de zich niet verdeelende longontsteking; 2) die van de etterkoorts (van de pyaemie); eindelijk 3) die van de plaatselijke etterverzameling.

$ 674. De verschijnselen van de zich niet oplossende longontsteking zijn voornamelijk van eenen negativen aard en ook aan andere uitgangen gemeen. In weerwil van de aanwending der doelmatige middelen duren de subjective en objective verschijnselen der longontsteking tot over den 7den , llden, 14den dag zonder nalaten voort en men wacht te vergeefs op crisis. Vormt zich etter in de longen, om het even of dit geschiedt in den vorm van infiltratie of van absces, dan voegen zich bij deze verschijnselen die van pyaemie; op nieuw komen koude rillingen, en zelfs aanvallen van schuddende koudg, als in tusschenpoozende koorts op, hierop brandende drooge hitte der wangen (waarvan meest die aan de lijdende zijde sterker rood is), der handpalmen vooral tegen den avond; tegen den morgen breekt uitputtend zweet aan den hals en op de borst uit; de koorts neemt toe, de pols heeft iets wijfelends, ongelijks (Wintringiia:») , is zeer versneld. Daarbij klimt de belemmering van de ademhaling , de zieken worden door drooge hoest gekweld, de fluimlozing blijft of wordt onderdrukt, er ontwikkelt zich blaauwzucht, zuchtige zwelling des gelaats en der ledematen, de pis zet somtijds een etterachtig bezinksel af en men kan ook in den stoelgang etter vinden. Als teekenen van een absces golden voorheen een gevoel van zwaarte, koude in de zieke borsthelft, die vooral merkbaar zou zijn, wanneer de zieke ,op de gezonde zijde wilde liggen. Dit verschijnsel heeft weinig waarde; alleen dan laat de abscesvorming zich met zekerheid herkennen, wanneer de etter zich ontlast. De voorafgegane ontsteking, de plotselinge ontlasting eener aan-

Sluiten