Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zienlijke hoeveelheid etter door het hoesten, de daarop hoorbaar wordende borststem, het holtereutelen op eene plaats der long, waar tuberkelholten zeldzaam zijn (in het midden of aan de grondvlakte der longen), deze zijn de vrij zekere teekenen van een absces. De ontlasting van den etter kan plotseling of langzamerhand plaats grijpen; verstikking in bet eerste geval door overstrooming der luchtbuizen met etter zal wel zeer zeldzaam zijn, aangezien deze abscessen gemeenlijk slechts eenen geringen omvang hebben. Ontlast zich de etter in de borstvliesholte, dan ontstaat er pyopneumothorax; ook dit geval komt als uitgang van longontsteking hoogst zelden voor. De etter zou zich door het middelrif eenen weg naar de lever, de milt, in de buikholte kunnen banen. Met de longontstekingsabscessen mag men niet, zoo als vaak geschied is, de etterborst of longteringholten in hare uitgangen verwisselen.

§ 675. 3) Koudvuur der longen, dat in vroeger tijd voor een veelvuldigen uitgang doorging, is als zoodanig hoogst zeldzaam, en komt in de protopathische en deuteropatbisclie soorten dezer ziekte nimmer voor; het is nooit onmiddellijk gevolg eener zeer hevige ontsteking, zoo als men dit aangenomen heeft, maar waar zich in een scheurbuikachtig gestel, of bij eene algemeene slechte hoedanigheid der vochten een dei gelijk ontbindings— bedrijf in de door vochtstilstand aangedane long ontwikkelt, kan het meer met hospitaalversterving vergeleken worden. Ook verloopt in zulk een geval de ziekte niet zeer snel; de koorts heeft het karakter van torpor en ontbinding, de fluimen worden uiterst kwalijkriekend, bruin ineenvloeijend, op

eene oplossing van drop gelijkend.

§ 676. 4) De door den vochtstilstand in het longweefsel nedergelegde vormingsstof wordt niet altijd geassimileerd, of opgeslorpt, zonder daarom noodzakelijk in eene etterachtige verandering over te gaan. Deze vormingsstof kan ook tot een zelfstandig vormingsweefsel, tot een meer gelijkaardig bestanddeel van het moederweefsel, waarin zij zich nedergezet heeft, veranderd worden; zoo ontstaat verharding. Het weefsel der longen is met geronnen vormingsstof gevuld; daarin vormen zich nieuwe vaten; de longcellen kleven toe en schrompelen ineen. Veelvuldiger dan deze uitgang is bij kwaadsappige en tot tuberkelzucht geneigde voorwerpen de door toevallige ontsteking bespoedigde ontwikkeling of de verweeking van reeds bestaande tuberkels en hierdoor de overgang in longtering. Bij het bestaan van kwaadsappigheid wordt het voortbrengsel der ontsteking niet meer geassimileerd , maar wordt meer of minder snel het substraat voor de verandering in tuberkel- en kankerweefsel. Dan laten de hevigste verschijnselen der longontsteking en der koorts na; de crises zijn onvolledig of ontbreken geheel; de krachten willen niet terugkeeren, hoest en moeijelijke ademhaling duren voort; des avonds koortst de lijder bestendig, vermagert daarbij, totdat er eindelijk aan het ontstaan van longtering geen twijfel meer bestaat. Ook kan zich uit het longabsces, voornamelijk in kwaadsappige gestellen, longtering ontwikkelen, ofschoon dit zeer zeldzaam is.

5 677. 5) Is de longontsteking met aandoening van het borstvlies gepaard , zoo als dit meestal het geval is , dan blijven vaak vergroeijingen tusschen het longen- en ribbenvlies, tusschen de longvleugels, tusschen de longen en het hartezakje of met het middejrif na. Dikwijls bestaan deze ver-

Sluiten