Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste vereischte ligt het voor de hand, eerst te onderzoeken, in welk ver. band de hoedanigheid der vochten, de oorspronkelijke aard van het ziektebedrijf, de hevigheid en het tijdperk van den vochtstilstand , het gestel des lijders, de invloed van uitwendige wijzigingen met de hoedanigheid der uitzweeting staan. Etterachtige uitzweeting in het borstvlies komt volgens Rokitansky inzonderheid bij kwaadsappige en verzwakte individus voor, de invloed der dampkringslucht bespoedigt dikwijls de ontbinding in ichor enz.

De vloeibare uitzweeting werkt werktuigelijk op de omringende deelen ; de hoeveelheid van het uitgestort vocht, de vrije of vastgehechte, veerkrachtige of gehepatiseerde trestand der longen komen hierbij in aanmerking. 1) Hoeveelheid der uitgezweete stof: wanneer de uitzweeting niet meer dan een pond bedraagt verspreidt zij zich in den vrijen toestand der long niet tusschen de pleura .der longen en der ribben, maar vindt plaats tusschen de long en het middelrif. Bedraagt de uitzweeting 1—3 pond, dan vult zij reeds een aanzienlijk gedeelte van de borstkas; aanvankelijk zwemt de long in het vocht; na eenen langeren duur met toename der uilzweeting wordt de long naar boven gedrongen, doordien de uitzweeting de laagste plaats inneemt. In dit geval kan het waterpas der vloeistof 7iaar gelang van de ligging des ligchaams veranderd worden. De zamendrukking der long heeft eerst naar boven en naar voren plaats , vervolgens naar achteren en naar binnen naar den wortel en de plaats van ingang der groote luchtpijpstakken toe. De long kan zoo gedrukt worden, dat zij bijna geheel verdwijnt, hare zelfstandigheid knettert niet meer, is vuil bruin, blaauwachtig grijs, loodkleurig, bloedledig, leerachtig, taai; bij etterborst van de linkerzijde van de borst wordt het hart naar de regterzijde en een weinig naar boven, zeldzamer naar de bovenbuiksstreek toe, het middelrif sterk naar beneden, de tusschenribbige spieren naar buiten gedrongen; de borstkas wordt verwijd. 2) Is de long reeds door aangroeijingen bevestigd, dan blijft zij uitgespannen en de vloeibare uitgestorte stof verdeelt zich naar gelang van het verschil in de plaats der aangroeijingen op zeer veelsoortige wijzen tusschen de daardoor gevormde plaatsen, bruggen en tusschenschotten. Zelden is de long midden in eene aanzienlijke pleuritische uitzweeting ontstoken, gehepatiseerd; in deze gevallen zou hare zwaarte het niet toelaten, dat zij teruggedrongen werd en men zou haar hier altijd midden in het vocht vinden. Meestendeels, maar niet altijd, zoo als Laennec beweert, is de long der tegenovergestelde zijde verwijd, uit eigene ondervinding ken ik een geval, waarin ook deze long voor twee derde gedeelten door hepatisatie en gierstkorrelachtige tuberkelzucht voor de ademhaling niet meer deugde.

Bezwijkt de zieke niet onder de belemmering van het ademhalingsbedrijf door de drukking der uitzweeting en de terugwerking van het plaatselijk lijden op de bewerktuiging, dan kan de hoeveelheid derzelve bij het voortduren van den vochtstilstand toenemen, en zich eindelijk, zoo zij niet kunstmatig ontlast wordt, eenen weg naar buiten, of in de luchtbuizen, door het middelrif in de buikholte enz. banen, waarop wij bij de beschouwing der uitgangen zullen terugkomen. Of de verandering keert binnen de perken van den middelbaren graad van regelmatige levenswerkzaamheid terug, het terugkeeringstijdperk der ziekte. Het vloeibaar gedeelte dei uitzvvectin0 ost

Sluiten