Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cellen verwijd en hunne inwendige vlakte met zwarte stof overtrokken. Bij zeer sterke ophooping worden de gezonde streken van de long zamengedrukt en atrophisch.

§ 1012. De pas beschreven toestand is de primaire anthracosis pulraonum. Zij tast bij voorkeur het peripherisch gedeelte en de bovenste kwabben der long aan. De kleurstofafzetting heeft echter bovendien zeer dikwijls plaats als secundaire afzetting in verdorde longgedeelten, in het likteekenweefsel der longen, in en naast overblijfselen van tuberkelsj denaaste luchtbuistakken strekken zich blind eindigend tot aan of tot in de ontaarding uit, en de omgevende vaten zijn gesloten; de zwarte stof vult vaak de geheele, in een likteeken veranderde holte of vormt hare wanden; de verkalkte tuberkels zijn ook vaak met zwarte stof doordrongen of gemengd.

§ 1013. Eindelijk moeten hiervan de melanotische kankergezwellen der longen worden onderscheiden, die tegelijk met kankerachtige nieuwe vormsels in andere deelen voorkomen en door verweeking en vochtontmenging, maar zonder eene vermagering als bij tuberkellongtering, meestal snel doodelijk eindigen, in hunne scheikundige zamenstelling een groot gedeelte eiwit vertoonen, of als infiltratie, of als kankerachtige knobbels, of in zakken bevatte massas (mélanose enkystée) voorkomen. De luchtbuisklieren zijn gemeenlijk in alle gevallen met zwarte stof doordrongen.

Scheikundige kenmerken.

§ 1014. Yan meer uitgebreide scheikundige onderzoekingen der stof, die de melanotische verandering te weeg brengt, laat zich misschien eenige bepaling van de onderscheiding der verschillende hier bijeengevoegde toestanden verwachten. Tot dusver staan de daadzaken nog te veel op zichzelven. Welke is de scheikundige zamenstelling der anthracosis bij grijsaards, welke die van de secundaire anthracosis bij tuberkellijders? Welke scheikundige eigenschappen heeft de zwarte longenstof bij kolenwerkers ? Welke zijn die van de melanotische kankermassa? Is de zwarte stof der luchtbuisklieren scheikundig gelijk aan de zwarte longenstof? In hoever gelijkt deze kleurstof op die van het vaatvlies in het oog ? Welke zijn de evenredigheden van de koolstof in deze verschillende stoffen? (1).

(1) Het resultaat der tot dusverre gedane onderzoekingen is als volgt: Volgens Fourcroy bestaat de (ware) melanosis bijna geheel uit eitwit, terwijl de vloeistof der luchtbuisklieren veel meer kool- en waterstof zou bevatten. Barrüel beschouwt de melanosis als een afzetsel van bloedkleurstof en vezelstof, verbonden met vet, phosphorzure kalk en een weinig ijzer. Clahiok vond in dezelve eiwit en eene eigenaardige zwarte kleurstof. Lassaigke vond in de melanosen van het paard vezelstof, zwarte kleurstof, een weinig eiwit, zouten en ijzerverzunrsel. Foy vond in 100 deelen melanotische stof; 15,00 eiwit; 6,25 vezelstof; 31,40 sterk koolstofhoudende stof (waarschijnlijk veranderde cruor); 18,75 water; 1,75 ijzerverzunrsel; 8,75 onderphosphorzure kalk; 5,00 chloorpotassium; 5,75 chloorsodium ; 3,74 koolzure kalk; 1,75 koolzure magnesia; 1,75 wijnsteenzure soda. Graiiam vond in 200 deelen long \ zuivere koolstof. — Dat de zwarte longenstof werkelijk van de kleurstof van het vaatvlies in het oog verschilt, bewijst volgens Pearson, Christison en Rilliet de onoplosbaarheid cn onontkleurbaarheid der zwarte longenstof door zout- of salpeterzuur; Christison verkreeg de gewone voortbrengselen als bij destillatie van de kool; deze stof schijnt dus voornamelijk zuivere koolstof te zijn. Maar dat de opgegevene onderzoekingen nog geen voldoend antwoord op de boven gedane vragen opleveren, is ligt in te zien.

Sluiten