Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 1060. Men verdeelt het beloop van de longtering in verschillende tijdvakken; men heeft óf de verdeeling in tijdperken in overeenstemming willen brengen met de ontleedkundige veranderingen in het lijdend deel (tijdperk der raauwe tuberkelzucht, tijdperk der verweeking ol verzwering), — óf men heeft den grondslag der verdeeling van het openbaar worden van karakteristieke reeksen van verschijnselen ontleend (tijdperk van de verborgenheid, van de phthisis confirmata , van de vochtontbinding). De eerste wijze van verdeeling zon de beste zijn, zoo zij practisch aannemelijk was; de ontwikkeling van uitwendig waarneembare verschijnselen loopt echter ongelukkig niet gelijk met de ontleedkundige tijdperken ; raauwe en verweekte tuberkels bestaan dikwijls nevens eikanderen. De tweede wijze van verdeeling is zuiver willekeurig; alleen het tijdperk der vochtontbinding zou zich misschien dpor bestemde kenteekenen onderscheiden. Zoo blijft dus altijd de verdeeling in tijdperken iets gedwongens en kunstmatigs, waaraan geene andere waarde, dan die van den vorm moet gehecht worden.

■ § 1001. De verschijnselen van tuberkelzucht der longen en van longtering zijn plaatselijke en algemeene. De voornaamste plaatselijke zijn belemmerde ademhaling, kortademigheid, pijn, hoest, die aanvankelijk droog, later met taaije of schuimachtige, eindelijk met etterachtige fluimen gepaard gaat, uit percussie en auscultatie opgemaakte teekenen van de ontoegankelijkheid van een gedeelte des longweefsels, inzonderheid aanvankelijk in de bovenste gedeelten van dit ingewand, later de natuurkundige teekenen van het bestaan van met vocht gevulde uithollingen der longen. Met deze plaatselijke verschijnselen verbinden zich de verschijnselen der zich meer en meei ontwikkelende teringkoorts, der algemeene vermagering, waarbij zich eindelijk colliquative ontlastingen door de huid, de nieren en de darmen aansluiten.

§ 1062. De genoemde verschijnselen vormen den meest algemeeneu omtrek van het ziektebeeld der knobbellongtering; onder deze algemeenste uitdrukking der ziekte rangschikken zich zoo velerlei afwijkingen der verschijnselen , dat slechts eene afzonderlijke uiteenzetting derzelve eene volledige aanschouwing van hunne proteusachtige wijze van verschijnen kan opleveren.

§ 1063. A) Vooreerst zijn de eerste teekenen van de ontwikkeling der ziekte, de voorboden, het stadium inchoationis van vele auteurs eene nadere beschrijving waardig. Veel wordt hiertoe gerekend, dat minder verschijnsel van de tuberkelzucht der longen zelve, als wel veeleer een tot tuberkelzucht der longen voorbeschikkende aanleg of ziekte is; somwijlen beschouwt men ook als voorbode eenen ziektetoestand, die tot de daaropvolgende tuberkelzucht der long als eene primaire tot eene. secundaire ziekte staat. Deze toestanden verschillen buitengemeen, en het is altijd hoogst moeijelijk, de grenzen te bepalen, waar de tuberkelzucht begint, en of hare beginselen

. • r •• .. • 1 ■ __1. „„„„Uil, rlnr. Miift

reeds aanwezig zijn. ai is nier uur. yccuc -j —

het voor den geneesheer van h<?t hoogste gewigt, tegen de mogelijkheden

, 1 1 1 WPrLft-

op zijne hoede te zijn, zonaer aaarom uc mugcjijaaiciu iwua

lijkheid te houden. Hij moet weten, dat het veelvuldig neusbloeden bij jonge lieden, terugkeerende aanvallen van verkoudheid en longontsteking, een algemeen teedere ligchaamsbouw, die voor verkouding enz. zeer vatbaai is, groote zenuwachtige prikkelbaarheid, omstandigheden zijn, die, uit hoofde

Sluiten