Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt door de consensuele maagprikkeling verergerd , haar beloop bespoedigd. Somwijlen schijnt echter ook de gastrische zamenstelling een teruggang van de borstverschijnselen, van den hoest, van de fluimlozing, van de benaauwdlieid te veroorzaken. In de lijken vindt men roodheid, verweeking, verdunning, maar somwijlen ook volstrekt geene verandering van het slijmvlies der maag. Eene ongewone prikkelbaarheid der maag, zoodat de zieken al het gebruikte uitbraken , is bij teringzieken niet zeldzaam.

5 1088. De pis der teringzieken is in het tijdperk der aanhoudende koorts spaarzamer, donkerder, digter, ligt troebel; zij bevat meer piszuur dan gewoonlijk, wordt op ontstekingspis gelijkend (óf uit hoofde van de vermeerderde waterzuchtige ontlasting uit de huid en de darmen, óf uit eene andere oorzaak ?). Later neemt de pis de hoedanigheden van de anaemische pis aan; men bemerkt niet zelden op hare oppervlakte vetdroppeltjes, waarvoor men echter niet de glinsterende afscheiding van phosphorzure ammoniakmagnesia houden mag (1).

§ 1089. Dikwijls zwellen in het laatste tijdperk der longtering kort voor den dood de handen en voeten, somwijlen slechts e'éne hand, e'én voet, ééne gelaatshelft, ééne zijde van de borst, zuchtig op. Aanzienlijke zuchtige zwelling hangt meestal met eene ziekte van de lever of van het hart zamen. Zeldzamer ontstaat de zuchtige zwelling vroeger, inzonderheid bij zieken van bet vrouwelijk geslacht, en kan weder verdwijnen. De zuchtige zwelling is geen standhoudend verschijnsel.

§ 1090. Eigenaardig is ook de gemoedsstemming der teringzieken; even als de meeste lijders aan slepende kwalen zijn zij zeer prikkelbaar, ligt tot toorn geneigd, maar onderscheiden zich door eene grootere zucht tot het leven (2) en door een zelfsbedrog, waarin zij aan den rand van het graf nog den graad en de ongeneeselijkheid hunner ziekte miskennen, zich in de onwaarschijnlijkste hoop hunner spoedige genezing verheugen en tot bijna de laatste ademtogten zich met plannen voor de toekomst bezig houden. Uit. zonderingen hiervan zijn zeldzaam.

In de laatste dagen komen gemeenlijk de verschijnselen van torpide koorts met ijlhoofdigheid op; merkwaardig is het, dat bij het opkomen van dit ijlen, dat vaak een vrolijk karakter beeft (de zieken zingen, lagchen) de borstverschijnselen dikwijls in den achtergrond teruggaan, en zelfs geheel ophouden. De tijdelijke wederzijdsche uitsluiting van tering en hersenlijden is reeds Deel III, Afd. 1, bladz. 106, wijdloopiger besproken, waartoe wij tot vermijding van herhalingen moeten verwijzen.

§ 1091. Dikwijls komen zamenstellingen van tering met ziekten van het hart voor; het regter hart is dikwijls verwijd, het eirond gat open, de zelfstandigheid van het hart atrophisch. Maar men mag niet elke sterkere hart. klopping bij longteringlijders voor een teeken van organische verandering van het hart houden. Somtijds is de verharding van het longweefsel, de magerheid der borstwanden de oorzaak van eene ongewone uitbreiding van den hartslag. Meestal kenmerkt zich de zamenstelling met hartziekte nog door andere verschijnselen, zuchtige zwelling der onderste ledematen, wa-

(1) Verg. over ile pis bij teringlijders: Simoï, Med. Chemie; Bd. II. S. 448. (2} Keiler heeft bij zelfmoordenaars nooit tnbcrkels in de longen gezien.

27 *

Sluiten