Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een ander geval; maar groote hoop mag men zelfs onder de gunstigste teekenen niet voeden.

§ 1135. De voorspelling der tuberkelzucht in de longen hangt af: a) van den leeftijd der zieken; de jeugdige ontwikkelingstijd, de leeftijd tusschen het 18de en 35ste jaar is de gevaarlijkste tijd; na het 40ste jaar is de ziekte zeldzamer en heeft een langzamer beloop; voor vrouwen zijn de critische jaren weder gevaarlijk; b) van de individualiteit des lijders; bloedrijke, volbloedige, levendige, prikkelbare voorwerpen loopen meer gevaar dan die van een tegenovergesteld gestel; c) van den oorsprong der ziekte; schijnt de ziekte enkel door uitwendige aanleiding ontstaan te zijn, zonder bestaanden inwendigen aanleg, of is de tering het gevolg van eenvoudige longontsteking, dan kan men eene betere voorspelling stellen , dan daar, waar de aanleg aangeboren, waar een oorspronkelijk klierzieke aanleg, een slecht maaksel van de borstkas aanwezig is, waar reeds andere leden derzelfde familie aan tering gestorven zijn; onder de zoogenoemde specifieke soorten van longtering noemt men de venerische als de goedaardigste en het eerst geneeslijke; daarna de uit jicht en slepende uitslagziekten ontwikkelde; volstrekt geenê hoop blijft er over bij de exanthematische, de menstruale, en de puerperale tering; d) van het beloop en karakter der koorts; een acuut beloop is erger (1); zoo lang er geene koorts aanwezig, de pols niet versneld is, bestaat er ook bij hevige plaatselijke verschijnselen, hij sterken hoest, nog hoop; groote hevigheid en aanhouden der koorts is erg; het beloop onder den vorm eener febris nervosa versatilis snel doodelijk; beter is het, wanneer de koorts duidelijke nalatingen heeft; e) van het tijdperk der ziekte en de verschijnselen; hoe verder de tering gevorderd is, des te meer verdwijnt het uitzigt op genezing, en zelfs op tijdelijken stilstand der ziekte; de natuurkundige teekenen van de vorming van holten, en van de uitbreiding der ondoordringbaarheid der longen, de hoeveelheid en hoedanigheid der fluimen, de graad van belemmering in de ademhaling, de vermagering hebben invloed op de voorspelling, colliquatien hebben eene zeer ongunstige voorbeteekenis; zoo ook, wanneer bij eenen goeden eetlust des lijders de vermagering zeer snelle vorderingen maakt; ongunstig is het, wanneer bij vrouwen de stonden uitblijven; eenen naderenden dood verkondigen de zwelling der handen en voeten, heeschheid, uitblijven van den buikloop en van de fluimlozing met gelijktijdige toename van de orthopnoea, flaauwten, ijlhoofdigheid, eene plotseling klimmende hoop des lijders op spoedige genezing en het ontwerpen van plannen voor de toekomst.

B eh a n de 1 i ng.

§ 1136. Het aantal der tegen longtering aanbevolene middelen en geneeswijzen is legio; van elk zoodanig geheimmiddel discht men een paar wonderkuren op; voor den geloovige wordt de kans moeijelijk, van overvloed weet hij niet, wat hij het eerst zal nemen , en hij bemerkt de met klatergoud behangene armoede eerst dan, wanneer voor de naakte ondervinding het masker der ijdele , bedriegelijke blufTerij afvallen moet. Wij pralen met

(1) Het is opmerkelijk, dat Mdsgrave de gallopperende tering voor de gemakkelijkst geneeslijke houdt (verg. Samrnl. auserl. Abh. Bd. V. S. G70).

28 *

Sluiten