Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschikte personen van bijzonder belang, dat zij zich van geslachtsgenot onthouden en een doelmatig beroep kiezen.

§ 1139. Gelijk in de ziektekunde zoo dikwijls losse begrippen zonder strenge beperking van hunnen inhoud insluipen, geldt dit ook inzonderheid daarvan, wat men onder voorbehoeding moet begrijpen. Op de tuberkelzucht dei longen toegepast, spreekt men van eene voorbehoeding der voorwerpen, die door eenen familieaanleg eene soort van treurig voorregt op deze ziekte bezitten, maar men spreekt ook van voorbehoeding bij diegenen, welke ïeeds aan scrophelzucht, aan eene longziekte geleden hebben, of zelfs reeds onder de verdenking staan van bestaande knobbellongtering, die mogelijk op een zeker punt is blijven staan. Deze verwarring van denkbeelden is voor de behandeling niet onverschillig. In het eerste geval is het de pligt des geneesheers, om door eenen doelmatig ingerigten leefregel de ontwikkeling van het tuberculeus ziektebedrijf geheel onmogelijk te maken, en hier komt bij voorkeur de antiscrophuleuse voorbehoedende kuur te pas. In het tweede geval heeft daarentegen de voorbehoedende geneeswijze niet enkel met eene mogelijkheid, met iets negatiefs, maar met positive beleediging van de bewerktuiging of van het deel te doen ; zij behoort niet zoo geheel eigenlijk meer tot de voorbehoeding en ondergaat gewigtige wijzigingen dooi den aard van het voorafgegaan, onder de asch voortsmeulend lijden. Men verhoedt de ziekte niet meer , maar men geneest haar of verhoedt hare verdere ontwikkeling. Wanneer men als voorbehoeding den raad geeft, om 3—4 maal 'sjaars, of zelfs nog vaker (alle 4—6 weken) bloed te ontlasten, bij ieder ruw windje de kamer te houden, in het koude jaargetijde het Zuiden te bezoeken, eenen ontstekingwerenden leefregel te houden, dan moet er reeds een begin der ziekte bestaan, om deze maatregelen te regtvaardigen. Hoe grooter de neiging tot verkoudheden, tot longontstekingen is, des te zoigvuldiger moeten zulke individus zich gedragen in liet verwijderen van de gelegenheidsoorzaken en in de ontwikkeling van tuberkelzucht begunstigende toevallen, zoo als verhitting, verkonding, inspanning der longen, door schreeuwen, toorn, misbruik van sterke dranken enz. De eerste beginselen dezer ziekten mogen niet ligtzinnig behandeld worden, eene verkoudheid mag aan haarzelve niet worden overgelaten, zij moet in hare geboorte gesmoord worden. Echter zou misschien ook hier doelmatiger eene voorzigtige harding tegen elke neiging tot verkoudheden door koude wassehingen des ligchaams, zout-, kunstmatige en natuurlijke zeebaden, beweging, rijden, gymnastiek, verblijf op bergen en eene matig versterkende levenswijze boven het vertroetelingsstelsel de voorkeur verdienen; eindelijk zal alles daarop aankomen, hoe de lijder in quaestie eene onder geneeskundige leiding genomene proef van dien aard verdraagt. Hardingskuren toe te' passen, °waar de tuberkelzucht reeds in volle ontwikkeling of bloei is, blijft onzin; liet verwerpingsoordeel mag echter dan niet de geneeswijze of helmiddel, maaide .wijze van deszelfs toepassing treffen (1).

(1) Volgens IIohe zij» de hoofdpunten, waarop de verhoeding der tering (de verhoediu" van hare vorderingen, wanneer hare beginselen, hloedspuwen enz. aanwezig zijn) herast: dat de zieke 4maal 'sjaars wordt adergelaten, eenen geregelden leefregel houdt, zich voor verkoudiuin acht neemt, de avondlucht mijdt cn voldoende ligchaamsbeweging neemt. Stom wil ook , dal°

Sluiten