Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien, scherp afgesneden luchtbuistakken monden dikwijls in dezelve in eu somtijds is de holte met een grijsachtig of vuilgeel week schijnvlies overtrokken ; dit kan reeds bestaan, voordat de korst zich losmaakt. Het omringend longweefsel is doorgaans in den toestand van zuchtige zwelling (opvulling met troebele wankleurige wei, volgens Cruveilmer overeenkomende met de zuchtige zwelling van koud vurige ledematen), of in den toestand van verspreid koudvuur, of in dien van hepatisatie. In de nabijheid van de koudvurige plek is de hepatisatie dikwijls etterachtig en de etter vermengt zich met den koudvurigen ichor. Zal er genezing tot stand komen, dan moet de etterafscheiding het overwigt behouden; de holte geneest door likteekenvorming als eene abscesholte.

§ 1183. Ten gevolge van de doorboring der luchtbuizen ontlast zich de koudvurige ichor, het uitgestort bloed door ophoesten naar buiten, het luchtbuisslijmvlies is doorgaans in eenen aanzienlijken omvang donkerrood opgespoten. Zeer dikwijls vindt men dikke schijnvliezen tusschen het ribbe- en longborstvlies of uitstorting van stinkende wankleurige wei in de borstvlies • holte; het weivlies der long kan door de koudvurige korst of den ichor doorboord worden en daardoor kan zich hydropneumothorax, bij gelijktijdige doorboring der luchtbuizen gemeenschap der borstvliesholte met deze kanalen vormen; de koudvurige long kan door het pleuritisch uitzweetsel zamengedrukt zijn. De bloedvaten kunnen op de plek der verwoesting doorgevreten worden, waardoor bloedingen kunnen ontstaan. Veelal zijn de bloedvaten onaangetast; Scdröder vak der Kolk vond in een geval de meeste takken der longslagaderen en aderen in de nabijheid van de koudvurige plek gesloten en Hasse oppert het vermoeden, dat de zich snel uitbreidende toesluiting der longslagaderen de oorzaak zou zijn van het somwijlen voorkomend koudvurig afsterven van tuberkelholten. Van der Kolk zag verwijding der watervaten aan den rand der koudvurige plaats, als ook opvulling der vergroote verweekte luchtbuisklieren met eene inktkleurige vloeistof, waarschijnlijk ten gevolge van de opslorping van den koudvurigen ichor (1).

Verschijnselen.

§ 1184. Volgens Laeknec en Scdonlein onderscheiden zich de verspreide en omschrevene gangracna pulmonum daardoor, dat de eerste acuut en de andere slepend , op de wijze van tering, verloopt. Eene naauwkeurige overweging der bekende gevallen heeft ons overtuigd , dat deze onderscheiding niet houdbaar is, daar noch de eene noch de andere vorm eenen bepaalden typus in zijn beloop voor zich uitsluitend kan aantoonen ; er zijn gevallen van omschreven koudvuur, die door bijkomende doorboring der long zeer snel doodelijk eindigden, en gevallen van verspreid koudvuur met een langzaam beloop.

5 1185. De voorname verschijnselen zijn: In het begin borstpijn, soms

(1) Ouder den naam van j> verweeking des longweefsels" beschrijft Rokitaxskx eene verandering , die een met maagverweeking overeenkomslig, eigenaardig, van zelf ontstaand, onder dezelfde voorwaarden verschijnend en bijna altijd daarmede zamengesteld ziekteproces zou zijn, en zich van het verspreid koudvuur der long door afwezigheid van den koudvurigen stank en den geringeren graad van waukleurigheid zou onderscheiden (verg. t. a. p. Bd. III. S. 117).

Sluiten